رسالة في الدماء الطبيعية للنساء (هولندي)

كتاب رِسَالَةٍ فِي الدِّمَاءِ الطَّبِيعِيَّةِ لِلنِّسَاءِ للشيخ العلامة محمد بن صالح العثيمين رحمه الله هو رسالة علمية رصينة تناولت بالبحث والتحقيق دماء النساء الطبيعية من الحيض والاستحاضة والنفاس، مستندةً إلى الكتاب العزيز والسنة المطهرة، مقرونةً بفهم دقيق لأقوال أهل العلم في هذه المسائل. وضعت فيها أحكام الدماء، مبينةً الفروق الدقيقة بين الحالات، ومقدمةً دليلاً شرعيًا لتحقيق الهداية والطمأنينة للمسلمة في فهم دينها.

  • earth De Taal
    (هولندي)
  • earth Auteur:
    الشيخ محمد بن صالح العثيمين
PHPWord

 

 

رِسَالَةٌ فِي الدِّمَاءِ الطَّبِيعِيَّةِ لِلنِّسَاءِ

 

Een verhandeling over het natuurlijke menstruatieproces bij vrouwen

 

 

بِقَلَمِ فَضِيلَةِ الشَّيْخِ العَلَّامَةِ

مُحَمَّدِ بْنِ صَالِحٍ العُثَيْمِينِ

غَفَرَ اللَّهُ لَهُ وَلِوَالِدَيْهِ وَلِلمُسْلِمِينَ

 

Geschreven door de eerwaarde geleerde sheikh

Muhammad ibn Salih Al-Uthaymeen

Moge Allah hem, zijn ouders en alle moslims vergeven

 

بِسْمِ اللهِ الرَّحمَنِ الرَّحِيمِ

Een verhandeling over het natuurlijke menstruatieproces bij vrouwen

In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

Geprezen zij Allah, aan Wie wij onze lof betuigen, bij Wie wij hulp zoeken, bij Wie wij om vergiffenis vragen en tot Wie wij ons in berouw wenden. Wij zoeken toevlucht bij Allah tegen het kwaad in onszelf en tegen de slechte gevolgen van onze daden. Degene die door Allah geleid wordt, kan niet worden misleid, en degene die Hij laat dwalen, kan geen gids vinden. Ik getuig dat er geen god is dan Allah, de Enige, zonder deelgenoot. Ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en Boodschapper is. Moge Allah Zijn zegeningen en vrede schenken aan hem, zijn familie, zijn metgezellen en allen die hen in goedheid volgen tot de Dag des Oordeels.

Voorts, de bloedingen die een vrouw treffen, wat te kennen staat als menstruatie, doorbraakbloedingen en de bloeding na de bevalling, behoren tot de belangrijke zaken waarbij er een noodzaak is deze toe te lichten en de regelgeving ervan te begrijpen. Het onderscheiden van juiste en onjuiste visies onder geleerden hierover is essentieel. Het is essentieel dat de afweging van wat als sterk of zwak wordt beschouwd, gebaseerd is op het licht van wat is overgeleverd in de Koran en de Soennah.

1- Omdat deze twee de fundamentele bronnen zijn waarop de verordeningen van Allah de Verhevene zijn gebaseerd, waarmee Zijn dienaren Hem vereren en waarmee zij zijn belast.

2- Omdat het vertrouwen op het Boek en de Soennah zorgt voor een gerust hart, een opgeluchte borst, innerlijke vreugde en een zuiver geweten.

3- Omdat alles buiten deze twee slechts aangevoerd wordt als bewijs, maar zelf geen bewijs vormt.

Er is immers geen geldig argument behalve in de woorden van Allah de Verhevene en de woorden van Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, evenals de woorden van de geleerden onder de metgezellen, op basis van de meest overtuigende stelling, op voorwaarde dat er niets in het Boek en de Soennah is dat ermee in strijd is. En dat het niet tegengesproken wordt door de uitspraak van een andere metgezel. Want als er iets in het Boek en de Soennah staat dat dit tegenspreekt, dan is het noodzakelijk om datgene te volgen wat in het Boek en de Soennah vermeld staat. En indien het tegengesproken wordt door de uitspraak van een andere metgezel, dient men de twee meningen af te wegen en het meest waarschijnlijke standpunt te volgen.

﴿...فَإِن تَنَٰزَعۡتُمۡ فِي شَيۡءٖ فَرُدُّوهُ إِلَى ٱللَّهِ وَٱلرَّسُولِ إِن كُنتُمۡ تُؤۡمِنُونَ بِٱللَّهِ وَٱلۡيَوۡمِ ٱلۡأٓخِرِۚ ذَٰلِكَ خَيۡرٞ وَأَحۡسَنُ تَأۡوِيلًا﴾

Zoals Hij, de Verhevene, heeft gezegd: (En wanneer jullie over iets van mening verschillen, leg het dan voor aan Allah en de Boodschapper, indien jullie geloven in Allah en de Laatste Dag. Dit is beter en heeft de beste uitleg). [An-Nisa'e 59].

Dit is een beknopte verhandeling over de dringende noodzaak tot verduidelijking van dit bloed en de bijbehorende regelgeving, en omvat de volgende hoofdstukken:

Hoofdstuk 1: Over de betekenis van menstruatie en de wijsheid erachter.

Hoofdstuk 2: Over de duur van de menstruatie en haar lengte.

Hoofdstuk 3: Over onregelmatigheden in de menstruatie.

Hoofdstuk 4: Over de regels omtrent menstruatie.

Hoofdstuk 5: Over doorbraakbloedingen en haar regels.

Hoofdstuk 6: Over de kraamperiode en haar regels.

Hoofdstuk 7: Over het gebruik van middelen die menstruatie voorkomen of veroorzaken, en middelen die zwangerschap voorkomen of deze beëindigen.

Hoofdstuk 1: Over de betekenis van menstruatie en de wijsheid erachter.

Menstruatie, taalkundig: het stromen en vloeien van iets.

In de religieuze wetgeving refereert het naar bloed dat op natuurlijke wijze bij een vrouw voorkomt, zonder aanwijsbare reden, op vastgestelde tijden. Het is dus een natuurlijk bloed, dat niet voortkomt uit ziekte, wond, val of bevalling. Omdat het een natuurlijk verschijnsel is, varieert het afhankelijk van de conditie van de vrouw, haar omgeving en het klimaat waarin ze leeft; daarom verschillen vrouwen duidelijk in hun ervaringen hieromtrent.

De wijsheid hierachter is dat, aangezien de foetus in de baarmoeder zich niet op dezelfde manier kan voeden als zij die buiten de baarmoeder zijn en aangezien de meest genadevolle Schepper hem geen voedsel verschaft op deze manier, heeft Allah in de vrouw bloedige afscheidingen aangebracht waarvan de foetus zich in de baarmoeder voedt zonder de behoefte aan eten en spijsvertering. Deze voedingsstoffen worden via de navel naar zijn lichaam geleid, waar het bloed zijn vaten doordringt en hem voedt. Gezegend zij Allah, de beste der scheppers.

Dit is de wijsheid achter de menstruatie; dus wanneer een vrouw zwanger raakt, stopt haar menstruatie doorgaans. Ze menstrueert slechts zelden. Op dezelfde manier menstrueren vrouwen die borstvoeding geven vaak minder, vooral in de beginperiode van de lactatie.

Hoofdstuk 2: Over de duur en tijdsperiode van de menstruatie.

De bespreking in dit hoofdstuk vindt plaats op twee niveaus:

Het eerste niveau: over de leeftijd waarop de menstruatie begint.

Het tweede niveau: betreffende de duur van de menstruatie.

Wat betreft het eerste onderdeel: de leeftijd waarop menstruatie overwegend voorkomt, ligt tussen de twaalf en vijftig jaar. Echter, kan een vrouw vóór of na deze leeftijdsgrens menstrueren, afhankelijk van haar persoonlijke omstandigheden, omgeving en klimaat.

De geleerden, moge Allah hen genadig zijn, verschillen van mening: is er een specifieke leeftijd waarop menstruatie begint, zodanig dat een vrouw vóór of na deze leeftijd niet menstrueert, en dat elk bloed dat vóór of na deze periode komt beschouwd wordt als onregelmatig bloed en niet als menstruatie?

“De geleerden hebben hierover van mening verschild. Ad-Darimi zei, nadat hij de uiteenlopende opvattingen had uiteengezet, op: '‘Dit alles acht ik onjuist, want in al deze kwesties ligt het uiteindelijke criterium in het daadwerkelijke optreden zelf: elke hoeveelheid bloed die zich manifesteert, ongeacht de toestand of de leeftijd waarin zij voorkomt, dient noodzakelijkerwijs als menstruatie te worden beschouwd.’' En Allah weet het het best.”1

En wat Ad-Darami heeft gezegd is juist, en het is ook de gekozen positie van Sheikh al-Islam Ibn Taymiyya. Wanneer een vrouw menstruatie ziet, dan is zij menstruerend, zelfs als ze jonger is dan negen jaar of ouder dan vijftig.2 Dit komt omdat Allah en Zijn Boodschapper de regelgeving omtrent menstruatie hebben gebaseerd op het daadwerkelijk voorkomen ervan, en noch Allah noch Zijn Boodschapper hebben hier een specifieke leeftijd aan gekoppeld. Daarom moeten we ons baseren op het daadwerkelijk voorkomen, waarop de regelgeving is gebaseerd. Het beperken tot een specifieke leeftijd vereist bewijs uit de Koran of de Hadith, en er is geen bewijs voorhanden.

Wat betreft het tweede punt, namelijk de duur van de menstruatie: hoe lang deze aanhoudt.

Er is aanzienlijke meningsverschil onder de geleerden over dit onderwerp, met wel zes of zeven verschillende standpunten. Ibn Al-Mundhir, moge Allah hem genadig zijn, zei: een groep heeft gesteld dat er geen minimum of maximum aantal dagen is vastgesteld voor de menstruatie.3

Ik zeg: Dit standpunt is vergelijkbaar met het eerdere standpunt van Ad-Darimi en is de gekozen mening van Sheikh al-Islam Ibn Taymiyyah. Dit is inderdaad het correcte standpunt, want het is onderbouwd door zowel de Koran als de Hadith en is rationeel consistent.

Het eerste bewijs:

﴿وَيَسۡـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلۡمَحِيضِۖ قُلۡ هُوَ أَذٗى فَٱعۡتَزِلُواْ ٱلنِّسَآءَ فِي ٱلۡمَحِيضِ وَلَا تَقۡرَبُوهُنَّ حَتَّىٰ يَطۡهُرۡنَۖ...﴾

(En zij vragen jou over de menstruatie. Zeg: 'Het is iets ongemakkelijks. Vermijd daarom intimiteit met vrouwen tijdens hun menstruatie en benader hen niet voordat zij rein zijn geworden). [Al-Baqarah:222]. Allah heeft als ultieme voorwaarde de reinheid gesteld, en niet het verstrijken van een dag en een nacht, noch drie dagen, noch vijftien dagen. Dit wijst erop dat de reden achter het oordeel de aan- of afwezigheid van de menstruatie is. Wanneer de menstruatie aanwezig is, wordt het oordeel bevestigd; en zodra zij hiervan gereinigd is, vervallen de bijbehorende voorschriften.

Het tweede bewijs: Het is vastgelegd in Sahih Moeslim dat de profeet (vrede zij met hem) tegen Aisha zei, toen zij haar menstruatie kreeg terwijl ze in de staat van Ihram was voor de 'Oemrah:

«افْعَلِي مَا يَفْعَلُ الْحَاجُّ، غَيْرَ أَنْ لَا تَطُوفِي بِالْبَيْتِ حَتَّى تَطْهُرِي». قَالَتْ: فَلَمَّا كَانَ يَوْمُ النَّحْرِ طَهُرَتْ، فَأَفَاضَتْ.

"Doe wat een bedevaartganger doet, behalve dat je niet om de Kaaba moet lopen totdat je rein bent." Zij zei: "Op de dag van het offer werd ik rein en verrichtte ik de Tawaf." De Hadieth4.

In sahih Al-Bukhari en sahih Muslim staat dat de profeet (vrede zij met hem) tegen haar zei: "Wacht, en wanneer je gereinigd bent, ga dan naar At-Tan'eem." Zo legde de Profeet (vrede zij met hem) de grens bij de reinheid, en stelde hij geen specifieke tijdsduur vast. Dit geeft aan dat de regelgeving gerelateerd is aan het al dan niet aanwezig zijn van de menstruatie.

«انتَظِرِي فَإِذَا طَهُرْتِ فَاخْرُجِي إِلَى التَّنْعِيمِ».

"Wacht en wanneer je rein bent, ga dan naar at-Tan'im"5, Zo legde de Profeet (vrede zij met hem) de grens bij de reinheid en stelde hij geen specifieke tijdsduur vast. Dit geeft aan dat de regelgeving gerelateerd is aan het al dan niet aanwezig zijn van de menstruatie.

Het derde bewijs: Deze schattingen en specificaties die door sommige rechtsgeleerden met betrekking tot dit onderwerp zijn genoemd, zijn niet te vinden in het Boek van Allah de Verhevene, noch in de Soenna van de Boodschapper van Allah, vrede zij met hem, hoewel er een duidelijke, zelfs essentiële, behoefte is om ze te verklaren. Als dit iets was wat de dienaren verplicht zouden moeten begrijpen en waarmee ze Allah zouden moeten aanbidden, dan zouden Allah en Zijn Boodschapper (vrede zij met hem) het duidelijk en expliciet voor iedereen hebben verduidelijkt, gezien het belang van de daaruit voortvloeiende regels met betrekking tot gebed, vasten, huwelijk, echtscheiding, erfenis en andere juridische bepalingen. Zoals Allah en Zijn Boodschapper het aantal gebeden, hun tijden, hun buigingen en hun neerbuigingen duidelijk hebben uiteengezet. En wat betreft de zakaat: haar bezittingen, haar categorieën, haar hoeveelheid, en haar bestedingsdoelen; en het vasten: de duur ervan en de timing; en de bedevaart en alles wat daaronder valt. Zelfs de verfijnde gedragsregels betreffende eten en drinken, slapen, de huwelijkse omgang, het zitten, het binnengaan van de woning en het verlaten ervan, evenals de etiquette rond het doen van de natuurlijke behoeften tot en met het aantal reinigende handelingen bij het istidjmar en nog talloze andere zaken, zowel in hun fijnste details als in hun meest wezenlijke aspecten: dit alles behoort tot hetgeen Allah heeft vastgesteld ter vervolmaking van de godsdienst en ter voltooiing van Zijn genade over de gelovigen, zoals Hij, de Verhevene, heeft gezegd:

﴿...وَنَزَّلۡنَا عَلَيۡكَ ٱلۡكِتَٰبَ تِبۡيَٰنٗا لِّكُلِّ شَيۡءٖ...﴾

{....En Wij hebben jou het Boek neergezonden als een verheldering van alle zaken...} [An-Nahl:89], Zoals de Verhevene heeft gezegd:

﴿...مَا كَانَ حَدِيثًا يُفْتَرَى وَلَـكِن تَصْدِيقَ الَّذِي بَيْنَ يَدَيْهِ وَتَفْصِيلَ كُلَّ شَيْءٍ...﴾

{Het is geen verzonnen verhaal, maar een bevestiging van wat eraan voorafging, en een gedetailleerde uitleg van alles}. [Yusuf:111]

Toen deze specifieke bepalingen en details niet werden aangetroffen in het Boek van Allah de Verhevene, noch in de Soennah van de Profeet (vrede zij met hem) werd het duidelijk dat men er niet op kan vertrouwen. Het vertrouwen berust enkel op de benaming van menstruatie waaraan wettelijke bepalingen zijn verbonden, zowel in aanwezigheid als in afwezigheid. Dit bewijs - waarmee ik bedoel dat het ontbreken van een regel in het Boek en de Soennah een indicatie is dat er geen rekening mee wordt gehouden - kan nuttig zijn in dit vraagstuk en ook in andere wetenschappelijke kwesties. Want wettelijke bepalingen worden enkel vastgesteld op basis van een bewijs uit de religieuze bronnen, zoals het Boek van Allah, de Soennah van Zijn Boodschapper (vrede zij met hem) een erkende consensus, of een correcte analoge redenering. Sheikh al-Islam Ibn Taymiyyah stelde in een van zijn grondregels: "Hieronder valt de term 'menstruatie' (hayd), waar Allah meerdere bepalingen aan heeft gekoppeld in zowel het Boek als de Soenna. Echter, heeft Hij er geen specifieke duur voor vastgesteld, noch een minimum noch een maximum, noch voor de periode van zuiverheid tussen twee menstruaties. Dit ondanks het feit dat de gehele gemeenschap hiermee te maken heeft en deze kennis nodig heeft. De taal maakt geen onderscheid tussen de ene duur en de andere. Dus wie hierin een specifieke grens vaststelt, gaat in tegen de Koran en de Soenna." Einde van zijn woorden.6

Het vierde bewijsstuk: de overweging, dat wil zeggen, de correcte en consistente analoge redenering. Het punt hierbij is dat Allah de menstruatie heeft gekenmerkt als een ongemak. Dus wanneer de menstruatie aanwezig is, is het ongemak er ook. Er is geen onderscheid tussen de tweede en de eerste dag, noch tussen de vierde en de derde dag. Er is geen verschil tussen de zestiende en de vijftiende dag, noch tussen de achttiende en de zeventiende dag. Menstruatie is menstruatie en het ongemak is het ongemak. De onderliggende reden is op beide dagen gelijk aanwezig. Hoe is het dan gerechtvaardigd om onderscheid te maken in het oordeel tussen de twee dagen wanneer ze in de onderliggende reden gelijk zijn? Is dit niet in strijd met de juiste analogie? Zou de correcte analogie niet vereisen dat beide dagen gelijk worden beoordeeld, gezien ze in hun onderliggende reden gelijk zijn?

Het vijfde bewijs: het verschil in uitspraken van de definieerders en hun inconsistentie. Dit wijst erop dat er in de kwestie geen beslissend bewijs is waarop men zich moet baseren. Het zijn veeleer oordelen gebaseerd op persoonlijke inspanning die vatbaar zijn voor zowel fouten als juistheid. Geen van beide is meer waard om te volgen dan de andere, en bij geschillen wordt verwezen naar het Boek en de Soennah.

Wanneer duidelijk wordt dat het sterke standpunt is, dat er geen minimum of maximum is voor de menstruatieperiode, en dat dit het meest overtuigende standpunt is, weet dan dat alles wat een vrouw ziet aan natuurlijk bloed, dat geen oorzaak heeft zoals een wond of iets dergelijks, wordt beschouwd als menstruatiebloed, zonder specifieke tijds- of leeftijdsbeperking. Tenzij het constant bij de vrouw aanwezig is en nooit stopt, of slechts voor een korte periode zoals een of twee dagen per maand stopt, dan wordt het beschouwd als doorbraakbloeding (istihada). Er zal, -indien Allah het wil-, een uiteenzetting volgen over de doorbraakbloedingen (istihada) en de daarbij behorende regelgeving.

Sheikh al-Islam Ibn Taymiyya zei: "Het basisprincipe voor alles wat uit de baarmoeder komt, is dat het als menstruatie wordt beschouwd, tenzij er bewijs is dat het een doorbraakbloeding (istihada) is."7

Hij zei ook: "Elke bloeding wordt als menstruatie beschouwd, tenzij bekend is dat het bloed afkomstig is van een ader of wond." Einde citaat.8

Dit standpunt is niet alleen het meest overtuigende op basis van bewijs, het is tevens het meest toegankelijke in begrip en realisatie, en het gemakkelijkste in praktijk en toepassing vergeleken met wat degenen die het specificeren hebben vermeld. Wat zo is, verdient te worden geaccepteerd, omdat het in lijn is met de geest van de islamitische religie en zijn grondbeginsel, namelijk gemak en eenvoud.

﴿...وَمَا جَعَلَ عَلَيۡكُمۡ فِي ٱلدِّينِ مِنۡ حَرَجٖۚ...﴾

Allah, de Verhevene, heeft gezegd: (Hij heeft jullie in de godsdienst geen moeilijkheid opgelegd}. [Al-Hadj:78], En hij (vrede zij met hem) zei:

«إِنَّ الدِّينَ يُسْرٌ وَلَنْ يُشَادَّ الدِّينَ أَحَدٌ إِلَّا غَلَبَهُ فَسَدِّدُوا وَقَارِبُوا وَأَبْشِرُوا».

"Voorwaar, de religie is gemakkelijkheid. En niemand zal de religie proberen te overtreffen zonder dat het hem overmeestert. Wees daarom gematigd, benader het optimale en ontvang de blijde tijdingen." Overgeleverd door Al-Boekhari9.

En het behoorde tot de eigenschappen van hem (vrede en zegeningen zij met hem) dat wanneer hij moest kiezen tussen twee zaken, hij altijd de gemakkelijkste koos, mits deze geen zonde was.

«أَنَّهُ مَا خُيِّرَ بَيْنَ أَمْرَيْنِ إِلَّا اخْتَارَ أَيْسَرَهُمَا مَا لَمْ يَكُنْ إِثْمًا».

"Dat wanneer hij moest kiezen tussen twee zaken, hij altijd de gemakkelijkste koos, mits deze geen zonde was"10.

De menstruatie van de zwangere vrouw:

In de meeste gevallen is het zo dat, wanneer een vrouw zwanger raakt, het bloedverlies bij haar ophoudt. Imam Ahmed — mag Allah tevreden zijn met hem — zei: ‘Vrouwen herkennen een zwangerschap juist aan het uitblijven van het bloed.’'11.

Wanneer een zwangere vrouw kort voor de bevalling, bijvoorbeeld twee à drie dagen vooraf, bloed ziet en tegelijkertijd weeën ervaart, betreft het kraambloed. Als het bloeden een lange tijd voor de bevalling plaatsvindt, of zelfs kort voor de bevalling maar zonder dat er weeën zijn, dan wordt dit niet als kraambloed beschouwd. Maar is dit dan menstruatiebloed waarvoor de regels van menstruatie gelden, of is het abnormaal bloed dat niet onder de regels van menstruatie valt?

Hierover bestaat verschil van mening onder de geleerden. De juiste visie is echter dat het als menstruatie wordt beschouwd, als het in de gebruikelijke vorm van haar menstruatie verschijnt. Want het uitgangspunt bij bloeding bij een vrouw is dat het menstruatiebloed is, tenzij er een reden is die het classificeren als menstruatie voorkomt. Noch in de Koran, noch in de Soenna is er iets dat de menstruatie van een zwangere vrouw tegenspreekt.

Dit is ook het standpunt van Malik en ash-Shafi‘i,12 evenals de gekozen opvatting van Shaykh al-Islam Ibn Taymiyya. Hij vermeldt dit in al-Ikhtiyarat (p. 30). Al-Bayhaqi heeft dit eveneens overgeleverd als een overlevering van Ahmed; sterker nog, hij vermeldt dat hij uiteindelijk tot dit standpunt is teruggekeerd.13

Op basis hiervan gelden voor de menstruatie van een zwangere vrouw dezelfde bepalingen als voor de menstruatie van een niet-zwangere vrouw, met uitzondering van twee kwesties:

De eerste kwestie: echtscheiding. Het is verboden om van een vrouw te scheiden die haar menstruatieperiode heeft, tenzij ze zwanger is; in het geval van een zwangere vrouw is het echter niet verboden. Omdat het scheiden tijdens de menstruatie bij een niet-zwangere vrouw in strijd is met wat de Allerhoogste heeft gezegd:

﴿...فَطَلِّقُوهُنَّ لِعِدَّتِهِنَّ...﴾

(...Scheid hen gedurende hun voorgeschreven periode...) [At-Talaaq:1], Wat betreft de scheiding van een zwangere vrouw tijdens haar menstruatie, dit gaat er niet tegenin; want degene die een zwangere vrouw scheidt, heeft haar tijdens haar wachttijd gescheiden, ongeacht of ze menstrueert of rein is; omdat haar wachttijd door de zwangerschap is bepaald. Om die reden is het hem niet verboden haar te scheiden na geslachtsgemeenschap, in tegenstelling tot anderen.

De tweede kwestie: De menstruatie van een zwangere vrouw breekt geen wachtperiode af, in tegenstelling tot de menstruatie van anderen. Omdat de wachttijd (‘iddah) van een zwangere vrouw enkel eindigt met de geboorte van haar kind, ongeacht of ze menstrueert of niet. Dit is gebaseerd op het vers uit de Koran: {En zij die zwanger zijn, hun termijn is dat zij hun lats afleggen}. [ At-Talaq 65:4]."

﴿...وَأُوْلَاتُ الأَحْمَالِ أَجَلُهُنَّ أَن يَضَعْنَ حَمْلَهُنَّ...﴾

(...En voor degenen die zwanger zijn, hun voorgeschreven termijn is tot zij bevallen zijn...) [At-Talaaq:4].

Hoofdstuk drie: Aangaande de onregelmatigheden gerelateerd aan de menstruatie.

De onregelmatigheden betreffende de menstruatie zijn van verschillende soorten:

Het eerste type: een toename of afname, zoals wanneer de gebruikelijke menstruatieduur van een vrouw zes dagen is, maar het bloeden zich uitstrekt tot zeven dagen, of wanneer haar gewoonlijke duur zeven dagen is, maar ze rein wordt na zes dagen.

Het tweede type: een vervroeging of vertraging, zoals wanneer haar gebruikelijke cyclus aan het einde van de maand is, maar zij haar menstruatie aan het begin ervan ziet, of wanneer haar normale cyclus aan het begin van de maand is en zij deze aan het einde waarneemt.

Geleerden verschillen van mening over het oordeel aangaande deze twee typen. Het correcte standpunt is echter dat wanneer zij bloed ziet, zij als menstruerend beschouwd wordt, en wanneer zij daarvan gereinigd is, wordt zij als rein beschouwd, ongeacht of haar periode langer dan haar gebruikelijke duur heeft geduurd of korter was, en ongeacht of deze eerder of later is gekomen. Het bewijs hiervoor is reeds aangehaald in het voorgaande hoofdstuk, waarbij de Wetgever de regels van de menstruatie heeft verbonden aan haar aanwezigheid.

Dit is de leerstelling van As-Shafi'i14 en de voorkeur van Sheikh Al-Islam Ibn Taymiyyah15. De auteur van Al-Moeghni heeft dit standpunt versterkt en verdedigd door te stellen: als de gewoonte op de in de leerstelling genoemde manier in overweging zou worden genomen, zou de profeet (vrede zij met hem) dit duidelijk aan zijn gemeenschap hebben uitgelegd. Er zou geen reden zijn geweest om deze uitleg uit te stellen. Het is immers niet toegestaan om verduidelijking uit te stellen tot na het gepaste moment. Zijn echtgenotes, evenals andere vrouwen, hebben te allen tijde behoefte aan deze verduidelijking. Dus is het ondenkbaar dat Hij (Allah) het verzuimd zou hebben dit te verklaren. Wat van hem, vrede zij met hem, is overgeleverd, betreft de vermelding van de gewoonte en de verduidelijking ervan, uitsluitend in het geval van de vrouw met langdurige menstruatie en niemand anders16. Einde citaat.

De derde categorie betreft geelachtige afscheiding (ṣoefra) of bruinige afscheiding (kudra), waarbij het bloed een gele kleur vertoont, vergelijkbaar met wondvocht, of een troebele tint heeft die zich bevindt tussen geel en zwart. Indien deze afscheiding optreedt tijdens de menstruatie of er direct mee verbonden is vóór het intreden van de reinheid, dan wordt zij als menstruatie beschouwd en zijn alle bijbehorende regels van toepassing. Maar wanneer zij verschijnt na het intreden van de reinheid, dan geldt zij niet als menstruatie. Dit is gebaseerd op de overlevering van Oem Attiya, Mag Allah tevreden zijn met haar, die zei: "Wij beschouwden na de reinheid de geligheid en troebelheid niet als significant." Overgeleverd door Aboe Daawoed via een authentieke ketting van overleveraars17, Dit is ook overgeleverd door Al-Boekhari, zonder haar woorden "na de reiniging", maar hij titelde het als: "Hoofdstuk over de geligheid en troebelheid buiten de menstruatiedagen."18.

Hij zei in zijn commentaar 'Fath al-Bari': "Dit verwijst naar de combinatie van Aisha's eerdere hadith, waarin zij zei: "Totdat je de witte draad ziet...'". En tussen de hadith van Umm 'Atiyyah, zoals vermeld in dit hoofdstuk, wordt aangegeven dat dit - namelijk de hadith van Aïcha - van toepassing is wanneer de geligheid en troebelheid worden waargenomen tijdens de menstruatiedagen. Wat betreft andere dagen, dat is gebaseerd op wat Oem Attiya heeft gezegd. Eind citaat19

De hadith van Aisha waarnaar verwezen werd, is die welke Al-Bukhari expliciet vóór dit hoofdstuk heeft genoemd. Vrouwen stuurden haar de 'drarja' (een instrument dat door een vrouw wordt gebruikt om te controleren of er nog sporen van menstruatie zijn) met daarop 'kursuf' (katoen) dat geelachtig was. Ze zei dan: 'Haast je niet voordat je de witte streep ziet.20 "Haast jullie niet totdat jullie de witte afscheiding zien"21.

De 'witte streep' refereert aan een heldere witte vloeistof die de baarmoeder afgeeft wanneer de menstruatie eindigt.

De vierde categorie betreft een onderbroken menstruatie, waarbij men op een dag bloed ziet en op een andere dag properheid of iets dergelijks. Dit kent twee situaties:

De eerste situatie: Indien een vrouw dit continu ervaart gedurende haar cyclus, dan wordt dit bloed beschouwd als 'istihādah' (bloeding buiten de menstruatie om) en voor de vrouw die dit ervaart, gelden de regels van 'mustaḥāḍah' (een vrouw die lijdt aan istihādah).

De tweede situatie: Het is niet constant bij de vrouw, maar treedt op bepaalde momenten op, waarbij er een duidelijke periode van reinheid is. Geleerden, moge Allah hen genadig zijn, verschillen van mening over deze zuiverheid. Is dit een periode van reinheid of zijn de regels van de menstruatie hierop van toepassing?

Volgens de meest gezaghebbende van de twee opvattingen binnen de leer van ash-Shafi‘i vallen hierop eveneens de regels van de menstruatie; het wordt dus als menstruatie beschouwd22.

Dit is ook de keuze van Sjeik al-Islam Ibn Taymiyya, evenals van de auteur van al-Fa’iq23.

Het is bovendien de opvatting van Aboe Hanifa24. Dit is omdat de witte substantie daarin niet wordt waargenomen; en omdat als het als een periode van reinheid beschouwd zou worden, hetgeen ervoor als menstruatie zou gelden, evenals hetgeen erna. Niemand is van deze mening. Anders zou de wachttijd met slechts vijf dagen door de menstruatie zijn verstreken. Want als het als een periode van reinheid zou worden beschouwd, zou dit leiden tot ongemak en inspanning vanwege de noodzaak tot dagelijks wassen en dergelijke. Moeilijkheden worden echter in deze Wetgeving weggenomen, en Allah zij dank daarvoor.

Het bekende standpunt binnen de Hanbali-school is dat bloed als menstruatie wordt beschouwd en zuiverheid als een periode van reinheid, tenzij hun gecombineerde duur de normale menstruatieperiode overschrijdt, in welk geval het overtollige bloed als abnormaal bloedverlies wordt gezien25..

En in Al-Moeghni wordt gesteld: “Het ligt voor de hand dat een onderbreking van het bloed, indien zij korter duurt dan één dag, niet als zuiverheid kan worden aangemerkt, overeenkomstig de overlevering die wij met betrekking tot het kraambloed hebben vermeld, namelijk dat geen acht wordt geslagen op een onderbreking van minder dan één dag. Dit is (als Allah wil) het juiste standpunt, omdat het bloed soms vloeit en dan weer tijdelijk ophoudt. Het verplicht stellen van de rituele wassing voor iemand die zich telkens opnieuw zuivert na korte onderbrekingen zou een onredelijke last vormen, terwijl Allah, de Verhevene, zegt:

﴿...وَمَا جَعَلَ عَلَيۡكُمۡ فِي ٱلدِّينِ مِنۡ حَرَجٖۚ...﴾

(.....Hij heeft jullie in de godsdienst geen enkele moeilijkheid opgelegd....) [Al-Hadj:78], Hij stelde: Op basis hiervan wordt een onderbreking van bloed die korter is dan een dag niet als een periode van zuiverheid beschouwd, tenzij er aanwijzingen zijn die daarop duiden, zoals wanneer de onderbreking plaatsvindt aan het einde van haar reguliere cyclus, of wanneer ze de heldere afscheiding ziet".26 Eind citaat

Zodoende is de uitspraak van de auteur van 'Al-Mughni' een middenweg tussen de twee opvattingen, en Allah heeft de meeste kennis over wat juist is.

De vijfde soort: droogheid in het bloed, waarbij de vrouw enkel vochtigheid waarneemt. Indien dit zich voordoet gedurende de menstruatie of direct aansluitend eraan vóór de reinheid, dan wordt dit beschouwd als menstruatie. Echter, als dit optreedt na de reinheidsperiode, wordt het niet beschouwd als menstruatie. Omdat zijn uiterste toestand is dat hij vergezeld gaat van de geelheid en de troebelheid, en dit is haar oordeel.

Hoofdstuk vier: Over de regelgeving omtrent de menstruatie

Met betrekking tot de menstruatie zijn er talrijke regels, ruim meer dan twintig in aantal. Wij zullen enkele van deze regels vermelden, met name die waarvan wij geloven dat er een frequente behoefte aan is. Enkele hiervan zijn:

De eerste: het gebed. Het is verboden voor een menstruerende vrouw om zowel de verplichte als de vrijwillige gebeden te verrichten, en indien zij deze toch verricht, zijn deze niet geldig. Bovendien is zij niet verplicht tot gebed, tenzij er nog voldoende tijd over is om minstens één volledige rak'ah (gebedseenheid) te verrichten. In dat geval is het gebed wel verplicht, ongeacht of deze tijd aan het begin of aan het einde van het gebedstijdstip plaatsvindt.

Als voorbeeld hiervan: een vrouw die haar menstruatie krijgt na zonsondergang met voldoende tijd over voor één rak'ah (gebedseenheid), is verplicht om het Maghrib-gebed in te halen zodra zij rein is, omdat zij nog voldoende tijd had voor één rak'ah voordat haar menstruatie begon.

Als voorbeeld hiervan, aan het einde: een vrouw die na haar menstruatie rein wordt net voor zonsopgang en nog net tijd heeft voor één gebedseenheid (rak'ah), is het verplicht voor haar, na haar reiniging, het ochtendgebed (Fadjr) in te halen; omdat ze nog een deel van de tijd had die voldoende was voor één rak'ah.

Maar wanneer een menstruerende vrouw slechts een deel van de gebedstijd overhoudt waarin geen volledige gebedseenheid (rak'ah) kan worden verricht, zoals bijvoorbeeld wanneer ze in het eerste voorbeeld begint te menstrueren net na zonsondergang of in het tweede voorbeeld rein wordt vlak voor zonsopgang, dan is het gebed niet verplicht voor haar, vanwege de uitspraak van de Profeet, vrede en zegeningen zij met hem:

«مَنْ أَدْرَكَ رَكْعَةً مِنَ الصَّلَاةِ فَقَدْ أَدْرَكَ الصَّلَاةَ».

"Wie een rak'ah (een eenheid van het gebed) van het gebed heeft kunnen bijwonen, heeft het gebed verricht." Overgeleverd door Al-Boekhari en Moeslim. Overgeleverd door al-Boekhari en Moeslim27, De betekenis hiervan is dat wie minder dan één rak'ah (een eenheid van het gebed) heeft bijgewoond, het gebed niet daadwerkelijk heeft bijgewoond.

Als zij een rak'ah (een eenheid van het gebed) van het 'Asr-gebed (namiddaggebed) heeft bijgewoond, is het dan verplicht voor haar om het Dhuhr-gebed (middaggebed) samen met het 'Asr-gebed te verrichten? Of als zij een rak'ah van het late 'Isha-gebed (nachtgebed) heeft bijgewoond, is het dan verplicht voor haar om het Maghrib-gebed (avondgebed) samen met het 'Isha-gebed te verrichten?

Hierover bestaat verschil van mening onder de geleerden. Het correcte standpunt is echter dat zij alleen verplicht is tot datgene waarvan zij de tijd nog heeft kunnen meemaken, namelijk alleen het 'Asr-gebed (namiddaggebed) en het late 'Isha-gebed (nachtgebed). Op basis van de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem):

«مَنْ أَدْرَكَ رَكْعَةً مِنَ الْعَصْرِ قَبْلَ أَنْ تَغْرُبَ الشَّمْسُ فَقَدْ أَدْرَكَ الْعَصْرَ».

"Wie een rak'ah (gebedseenheid) van het 'Asr-gebed (namiddaggebed) kan verrichten voordat de zon ondergaat, heeft het 'Asr-gebed verricht." Overgeleverd door Al-Boekhari en Moeslim28. De Profeet (vrede zij met hem) heeft niet gezegd: Hij heeft zowel het Dhuhr- (middag) als het 'Asr- (namiddag) gebed verricht.

Hij heeft niet vermeld dat het Dhoehr-gebed (middaggebed) verplicht is, en het basisprincipe is het ontbreken van verplichting. Dit is de leerstelling van Aboe Hanifa en Malik, zoals beschreven in de uitleg van Al-Moehadhab.29.

Wat betreft het gedenken, het verheerlijken, het prijzen, het danken, het zeggen van zegeningen bij het eten en dergelijke, het lezen van overleveringen en jurisprudentie, het doen van smeekbedes, het bevestigen ervan en het luisteren naar de Koran, niets daarvan is haar verboden. Het is vastgelegd in Al-Boekharie en Moesliem en andere bronnen,"

«أَنَّ النَّبِيَّ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ كَانَ يَتَّكِئُ فِي حِجْرِ عَائِشَةَ رَضِيَ اللهُ عَنْهَا وَهِيَ حَائِضٌ فَيَقْرَأُ الْقُرْآنَ».

"dat de Profeet (vrede zij met hem) leunde op de schoot van Aicha, moge Allah tevreden met haar zijn, terwijl zij menstrueerde en hij reciteerde de Koran".30.

In de sahihayn (Al-Bukhari en Muslim) staat ook vermeld dat Umm 'Atiyyah, moge Allah tevreden met haar zijn, hoorde dat de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem), zei:

«يَخْرُجُ الْعَوَاتِقُ وَذَوَاتُ الْخُدُورِ وَالْحُيَّضُ -يَعْنِي: إِلَى صَلَاةِ الْعِيدَيْنِ- وَلْيَشْهَدْنَ الْخَيْرَ، وَدَعْوَةَ الْمُؤْمِنِينَ، وَيَعْتَزِلُ الْحُيَّضُ الْمُصَلَّى».

"Laat de jonge meisjes, vrouwen met sluiers en de menstruerende vrouwen naar buiten gaan - hij bedoelde: naar het Eid-gebed - zodat ze getuige kunnen zijn van het goede en de smeekbeden van de gelovigen. Echter, de menstruerende vrouwen dienen zich af te zonderen van het gebedsgebied."31.

Wat betreft een menstruerende vrouw die de Koran leest: als het gaat om het kijken met de ogen of overpeinzen met het hart, zonder deze hardop uit te spreken, dan is daar niets mis mee. Bijvoorbeeld, als een Koran of tablet voor haar wordt geplaatst en zij naar de verzen kijkt en deze in haar hart leest.. Al-Nawawi heeft in zijn commentaar op 'Al-Muhadhdhab' gezegd: 'Het is toegestaan zonder enig meningsverschil.' Maar wanneer haar recitatie luidop is met de tong, zijn de meerderheid van de geleerden van mening dat dit verboden en niet toegestaan is.32

Maar wanneer haar recitatie luidop is met de tong, zijn de meerderheid van de geleerden van mening dat dit verboden en niet toegestaan is. Al-Boekhari33, Ibn Djarir al-Tabari34 en Ibn al-Mundhir35 hebben gezegd: 'Het is toegestaan'.

Deze opvatting is ook overgeleverd van Malik en van As-Shafi‘i in zijn vroegere standpunt.

Dit is door hen beiden vermeld in Fath al-Bari36..37

Al-Boekhari heeft ook, in een aantekening, een uitspraak van Ibrahim An-Nakha'i vermeld: ''Het is volkomen aanvaardbaar om het vers te reciteren.''38

En Sheikh al-Islam Ibn Taymiyya zei in 'al-Fatawa', verzameld door Ibn Qasim: Er is in principe geen bewijs dat haar verbiedt de Koran te reciteren. Want de uitspraak: "Een vrouw die menstrueert en iemand in een staat van rituele onzuiverheid, mogen niets van de Koran reciteren", is een zwakke overlevering, overeengekomen door de kenners van de Hadith. Vrouwen menstrueerden tijdens het tijdperk van de Profeet (vrede zij met hem). Als het reciteren voor hen verboden zou zijn geweest, net zoals het gebed, dan zou dit een van de zaken zijn geweest die de Profeet (vrede zij met hem) duidelijk zou hebben gemaakt aan zijn gemeenschap. De moeders van de gelovigen zouden het hebben geleerd en het zou iets zijn geweest dat ze aan de mensen overbrachten.

«لَا تَقْرَأُ الحَائِضُ وَلَا الجُنُبُ شَيْئًا مِنَ الْقُرْآنِ».

"Noch de menstruerende vrouw noch de persoon in een staat van onreinheid reciteert iets van de Koran"39 Een zwakke Hadieth volgens de consensus van de hadithgeleerden40.

Aangezien vrouwen ook in de tijd van de Profeet (vrede zij met hem) menstrueerden, zou het (indien het reciteren tijdens de menstruatie verboden was, net zoals het gebed) ongetwijfeld tot de zaken hebben behoord die de Profeet (vrede zij met hem) duidelijk aan zijn gemeenschap had uiteengezet. De Moeders der Gelovigen zouden dit hebben geleerd en het onder de mensen hebben overgeleverd. Toen niemand overleverde dat de Profeet (vrede zij met hem) een verbod hieromtrent heeft uitgesproken, is het niet toegestaan om het als verboden te beschouwen, wetende dat hij het niet heeft verboden. Als hij het niet heeft verboden, ondanks de frequentie van menstruaties in zijn tijd, dan is het bekend dat het niet verboden is".41 Eind citaat

Hetgeen gepast is, nu wij de meningsverschillen van de geleerden kennen, is om te zeggen: het is voor een menstruerende vrouw beter om de Koran niet hardop te reciteren, tenzij er een noodzaak toe is. Bijvoorbeeld, als zij een lerares is en het nodig heeft om haar studenten te instrueren, of in het geval van een examen waarbij de studente moet lezen om getest te worden, of in soortgelijke situaties.

Ten tweede: het vasten. Het is voor een menstruerende vrouw verboden om zowel de verplichte als de vrijwillige vasten te verrichten, en het is niet geldig als zij dat wel doet. Echter, het is verplicht voor haar om de gemiste verplichte vastendagen in te halen, gebaseerd op de overlevering van Aïsha, moge Allah tevreden met haar zijn.

"كَانَ يُصِيبُنَا ذَلِكَ -تَعْنِي: الْحَيْضَ- فَنُؤْمَرُ بِقَضَاءِ الصَّوْمِ وَلَا نُؤْمَرُ بِقَضَاءِ الصَّلَاةِ".

"Dat overkwam ons - zij bedoelt: menstruatie - en we kregen de opdracht om het gemiste vasten in te halen, maar we kregen niet de opdracht om de gemiste gebeden in te halen." Overgeleverd door Al-Boekhari en Moeslim42.

Wanneer zij haar menstruatie krijgt terwijl ze vast, wordt haar vasten ongeldig, zelfs als dit een ogenblik voor zonsondergang gebeurt. Het is dan noodzakelijk voor haar om die dag in te halen, als het een verplichte vastendag betrof. Wanneer zij het begin van haar menstruatie voelt vóór zonsondergang, maar het bloed pas na zonsondergang zichtbaar wordt, dan blijft haar vasten volledig en niet ongeldig volgens de correcte opvatting; omdat het bloed, zolang het zich intern bevindt, geen bepalende status heeft.

En dit omdat de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem), werd gevraagd over een vrouw die in haar droom ziet wat een man ziet: moet zij zich dan ritueel wassen?"

قال: «نَعَمْ إِذَا هِيَ رَأَتِ الْمَاءَ».

Hij zei: "Ja, indien zij het vocht ziet." Dus het oordeel is gebaseerd op het daadwerkelijk zien van het sperma, niet op het enkel voelen ervan. Op dezelfde manier wordt de menstruatie pas bevestigd door het daadwerkelijk naar buiten komen ervan, en niet enkel door het gevoel van de verschuiving ervan.43 Het oordeel werd dus verbonden aan het waarnemen van het sperma, niet aan zijn loutere verplaatsing; op dezelfde wijze worden de regels van de menstruatie slechts van kracht wanneer het bloed daadwerkelijk naar buiten treedt en zichtbaar wordt en niet reeds door zijn interne aanwezigheid of beweging.

Als de dageraad aanbreekt en ze menstrueert, is het niet toegestaan voor haar om op die dag te vasten, zelfs als ze na de dageraad rein wordt, zelfs als dat direct na de dageraad is.

Als ze zich reinigt vóór de dageraad en vast, dan is haar vasten geldig, zelfs als ze pas na de dageraad ghusl (grote rituele wassing) verricht, net zoals een persoon in staat van djanabah (grote onreinheid) die de intentie voor het vasten maakt en pas na zonsopgang ghusl verricht, waarbij zijn vasten geldig is. Volgens de overlevering van Aisha, moge Allah tevreden met haar zijn, zei ze:

"كَانَ النَّبِيُّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يُصْبِحُ جُنُبًا مِنْ جِمَاعٍ غَيْرِ احْتِلَامٍ ثُمَّ يَصُومُ فِي رَمَضَانَ".

"De Profeet (moge Allah vrede en zegeningen zij met hem) ontwaakte in een staat van djanabah (grote onreinheid) van geslachtsgemeenschap, maar zonder een nachtelijke zaadlozing en hij vastte dan tijdens de maand Ramadan." Overgeleverd door Al-Boekhari en Moeslim44.

Het derde voorschrift betreft de Tawaf (de rituele omgang) rond het Huis (de Kaaba). Het is voor haar verboden om Tawaf te verrichten, zowel de verplichte als de vrijwillige, en het is niet geldig als ze het doet. Wat betreft de overige handelingen zoals het lopen tussen Safa en Marwah, het staan bij Arafat, overnachten in Muzdalifah en Mina, het stenigen van de pilaren en andere rituelen van de Hadj en Umrah, deze zijn niet verboden voor haar. Dit verwijst naar de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem) tegen Aïcha toen ze menstrueerde:

«افْعَلِي مَا يَفْعَلُ الْحَاجُّ غَيْرَ أَلَّا تَطُوفِي بِالْبَيْتِ حَتَّى تَطْهُرِي».

"Doe wat een bedevaartganger doet, behalve dat je niet om de Kaaba moet lopen totdat je rein bent."45.

Op basis hiervan, als een vrouw de Tawaf verricht terwijl ze in een staat van reinheid verkeert en vervolgens direct na de Tawaf menstruatie krijgt, of tijdens het lopen tussen Safa en Marwah, is er geen bezwaar tegen.

De vierde regel is het annuleren van de afscheid's Tawaf voor haar: Als een vrouw de rituelen van de Hadj en de Umrah heeft voltooid en vervolgens menstruatie krijgt voordat ze haar thuisland bereikt en ze blijft menstrueren tot ze vertrekt, dan is er geen verplichting om de afscheid's Tawaf te verrichten. Volgens de overlevering van Ibn Abbas, moge Allah tevreden zijn met hen beiden, beval de Profeet (vrede zij met hem), de mensen om hun bedevaart af te sluiten bij de Ka'bah, behalve dat hij een uitzondering maakte voor menstruerende vrouwen." (Overgeleverd door al-Bukhari en Muslim).

"أُمِرَ النَّاسُ أَنْ يَكُونَ آخِرُ عَهْدِهِمْ بِالْبَيْتِ، إِلَّا أَنَّهُ خُفِّفَ عَنِ الْمَرْأَةِ الْحَائِضِ".

"De mensen werden opgedragen om hun laatste handeling rond het Huis (de Ka'ba) te verrichten, behalve dat het voor menstruerende vrouwen werd verlicht." Overgeleverd door al-Boekhari en Moeslim46.

Het is niet aanbevolen voor een menstruerende vrouw om bij het afscheid nemen naar de poort van de Heilige Moskee te komen en te bidden, omdat dit niet is overgeleverd van de Profeet (moge Allah vrede en zegeningen met hem zijn). Religieuze handelingen zijn gebaseerd op wat overgeleverd is, Integendeel, hetgeen overgeleverd is van de Profeet (vrede zij met hem) wijst juist op het tegendeel. Zo blijkt uit het verhaal van Ṣafiyya — Mag Allah tevreden zijn met haar — dat zij, nadat zij haar ṭawāf al-ifāḍa had verricht, ongesteld werd, waarop de Profeet (vrede zij met hem) haar zei:

«فَلْتَنْفِرْ إِذَنْ».

"Laat hij dan ten strijde trekken." Overgeleverd door al-Boekhari en Moeslim47.

Hij heeft niet bevolen om naar de deur van de moskee te komen, en als dat aanbevolen was, zou hij dat hebben verduidelijkt. Wat betreft de Tawaf van Hadj en Umrah, deze wordt niet onderbroken, maar je zult de Tawaf verrichten nadat je rein bent geworden.

De vijfde regel: Het verblijf in de moskee: Het is verboden voor een menstruerende vrouw om in de moskee te verblijven, zelfs tot na het Eid-gebed. Volgens het overgeleverde verhaal van Oemm Atiyya (moge Allah tevreden met haar zijn) hoorde zij de Profeet (vrede zij met hem) zeggen:

«يَخْرُجُ الْعَوَاتِقُ وَذَوَاتُ الْخُدُورِ وَالْحُيَّضُ».

"Laat de jonge meisjes, vrouwen met sluiers en de menstruerende vrouwen naar buiten gaan." En daarin staat:

«يَعْتَزِلُ الْحُيَّضُ الْمُصَلَّى».

"De menstruerende vrouwen dienen zich af te zonderen van het gebedsgebied." Overgeleverd door Al-Boekhari en Moeslim48.

Het zesde rechtsgevolg: de geslachtsgemeenschap Het is haar echtgenoot verboden gemeenschap met haar te hebben en haar is het evenzeer verboden hem daartoe in staat te stellen, op grond van het woord van Allah, de Verhevene:

﴿وَيَسۡـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلۡمَحِيضِۖ قُلۡ هُوَ أَذٗى فَٱعۡتَزِلُواْ ٱلنِّسَآءَ فِي ٱلۡمَحِيضِ وَلَا تَقۡرَبُوهُنَّ حَتَّىٰ يَطۡهُرۡنَۖ...﴾

(En zij vragen jou over de menstruatie. Zeg: het is een ongemak. Vermijd de vrouwen tijdens hun menstruatie en nadert hen niet totdat zij rein zijn.…) [Al-Baqarah:222]. Met menstruatie wordt de periode van menstruatie bedoeld, zowel de tijd ervan als de plaats, namelijk de vagina. En wat betreft de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem):

«اصْنَعُوا كُلَّ شَيْءٍ إِلَّا النِّكَاحَ».

"Doe alles, behalve geslachtsgemeenschap." Dat wil zeggen: de geslachtsgemeenschap. Overgeleverd door Moeslim49; En aangezien alle moslims het erover eens zijn dat geslachtsgemeenschap met een vrouw tijdens haar menstruatie in haar geslachtsorgaan verboden is.

Het is niet toegestaan voor iemand die in Allah en de Laatste Dag gelooft om betrokken te raken bij dit verwerpelijke gedrag, dat duidelijk verboden is in het Boek van Allah de Verhevene, de Soennah van Zijn Boodschapper (vrede zij met hem), en de consensus van de moslimgemeenschap. Zo iemand behoort tot degenen die Allah en Zijn Boodschapper weerstaan, en hij volgt niet het pad van de gelovigen. In Al-Madjmu', de uitleg van Al-Muhadhab, pagina 374, deel 2, wordt vermeld dat Imam Al-Shafi'i (moge Allah hem genadig zijn) heeft gezegd: "Iemand die dit doet, heeft een grote zonde begaan." Onze geleerden en anderen hebben gezegd: "Iemand die geslachtsgemeenschap heeft met een menstruerende vrouw, wordt beschouwd als een ongelovige." Dit is de uitspraak van Al-Nawawi.

Het is hem toegestaan - en alle lof zij aan Allah - om handelingen te verrichten die zijn lusten bevredigen zonder geslachtsgemeenschap, zoals zoenen, omhelzen en aanraken buiten haar geslachtsdeel. Maar het is raadzaam om niet bezig te zijn met handelingen tussen de navel en de knieën, behalve van achter een doek. Volgens de overlevering van Aisha (moge Allah tevreden met haar zijn): "De Profeet (vrede zij met hem) gaf mij opdracht om me te bedekken, en hij naderde me terwijl ik menstrueerde." Overgeleverd door Al-Bukhari en Muslim.

"كَانَ النَّبِيُّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يَأْمُرُنِي فَأَتَّزِرُ فَيُبَاشِرُنِي وَأَنَا حَائِضٌ".

"De Profeet (vrede zij met hem) gaf mij opdracht om me te bedekken, en hij benaderde me terwijl ik menstrueerde." Overgeleverd door al-Boekhari en Moeslim50.

Dit komt doordat, als ze gescheiden wordt tijdens haar menstruatieperiode, de wachttijd niet begint te lopen, aangezien de menstruatieperiode waarin ze is gescheiden niet wordt meegeteld als onderdeel van de wachttijd. En als ze wordt gescheiden terwijl ze rein is na geslachtsgemeenschap, is de wachttijd die ze moet voltooien niet vastgesteld, omdat het niet bekend is of ze zwanger is geraakt van deze geslachtsgemeenschap, wat zou leiden tot het tellen van de zwangerschapstermijn, of dat ze niet zwanger is en daarom de menstruatieperiode moet voltooien. Toen er geen zekerheid verkregen kon worden over het type wachttijd, werd echtscheiding voor hem verboden totdat de situatie duidelijk wordt.

De zevende regel: Echtscheiding: Het is de echtgenoot verboden om zijn vrouw te scheiden tijdens haar menstruatieperiode. Volgens de uitspraak van de Verhevene:

﴿يَاأَيُّهَا النَّبِيُّ إِذَا طَلَّقْتُمُ النِّسَاء فَطَلِّقُوهُنَّ لِعِدَّتِهِنَّ...﴾

(O Profeet, als jullie vrouwen scheiden, scheid hen dan voor hun wachttijd...) [At-Talaaq, 1] Dit betekent dat er een specifieke situatie is waarin de wachttijd van de vrouw wordt vastgesteld bij een scheiding, en dit doet zich alleen voor als de echtgenoot haar heeft gescheiden terwijl ze zwanger is of terwijl ze zich in een staat van reinheid bevindt zonder geslachtsgemeenschap te hebben gehad.

Het is verboden om een vrouw te scheiden tijdens haar menstruatieperiode, vanwege het eerder genoemde vers. En zoals bevestigd in de twee Ṣaḥīḥ-werken en elders, wordt overgeleverd van Ibn ‘Oemar dat hij zijn vrouw heeft gescheiden terwijl zij in haar menstruatie was. Toen Omar de Profeet (vrede zij met hem) hiervan op de hoogte bracht, werd de Boodschapper van Allah, (vrede zij met hem verontwaardigd en zei:

«مُرْهُ فَلْيُرَاجِعْهَا ثُمَّ لِيُمْسِكْهَا حَتَّى تَطْهُرَ، ثُمَّ تَحِيضَ، ثُمَّ تَطْهُرَ، ثُمَّ إِنْ شَاءَ أَمْسَكَ بَعْدُ، وَإِنْ شَاءَ طَلَّقَ قَبْلَ أَنْ يَمَسَّ، فَتِلْكَ الْعِدَّةُ الَّتِي أَمَرَ اللَّهُ أَنْ تُطَلَّقَ لَهَا النِّسَاءُ».

"Laat hem haar terugnemen en wacht tot ze zich reinigt, dan menstrueert en zich vervolgens reinigt. Als hij wil, kan hij haar dan behouden, en als hij wil, kan hij scheiden voordat hij haar aanraakt. Dit is de wachttijd waartoe Allah vrouwen heeft opgedragen."51

Er zijn drie uitzonderingen op het verbod van scheiding tijdens de menstruatieperiode:

Er zijn drie uitzonderingen op het verbod van scheiding tijdens de menstruatieperiode:

De eerste uitzondering: Als de echtscheiding plaatsvindt voordat er gemeenschap heeft plaatsgevonden of voordat hij haar heeft aangeraakt, dan is het toegestaan haar te scheiden terwijl ze menstrueert. Dit komt doordat er in dat geval geen wachttijd voor haar is, dus haar scheiding zou niet in strijd zijn met de regels. Dit in overeenstemming met het vers in de Koran dat luidt:

﴿...فَطَلِّقُوهُنَّ لِعِدَّتِهِنَّ...﴾

(...Scheid hen tijdens hun wachtperiode...) [At-Talaaq:1].

De tweede uitzondering is wanneer menstruatie optreedt tijdens de zwangerschap, en de reden hiervoor is eerder uiteengezet.

De derde uitzondering is wanneer de echtscheiding plaatsvindt met compensatie, in dat geval is het toegestaan haar te scheiden terwijl ze menstrueert.

Bijvoorbeeld, als er tussen de echtgenoten geschillen en een slechte relatie bestaan, en de echtgenoot een compensatie aanneemt om haar te scheiden, dan is het toegestaan, zelfs als ze menstrueert. Volgens de overlevering van Ibn ‘Abbas, moge Allah tevreden zijn met hen beiden: "Een vrouw van Thabit ibn Qays ibn Shammas kwam tot de Profeet (vrede zij met hem) en zei: ‘'O Boodschapper van Allah, ik heb geen klacht over zijn karakter of zijn religie, maar ik verafschuw afgoderij in de islam.’' De Profeet (vrede zij met hem) antwoordde daarop:

«أَتَرُدِّينَ عَلَيْهِ حَدِيقَتَهُ؟»

«Geef je hem zijn tuin terug?» Zij antwoordde: 'Ja.' De boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zei:

«اقْبَلِ الْحَدِيقَةَ وَطَلِّقْهَا تَطْلِيقَةً».

"Keer terug naar de tuin en neem afstand van hem door een duidelijke scheiding." [overgeleverd door Al-Boekhari]52.

De Profeet (vrede zij met hem) werd niet gevraagd of ze (de vrouw) in haar menstruatieperiode was of niet. Omdat deze vorm van echtscheiding dient ter bescherming van de vrouw zelf, is het toegestaan in geval van nood, ongeacht haar toestand.

In Al-Mughni werd het rechtvaardigen van de mogelijkheid van een vrouw om echtscheiding aan te vragen tijdens haar menstruatieperiode genoemd, pagina 52, deel 7, editie met annotaties. "De reden om echtscheiding te verbieden tijdens de menstruatie is om de schade te voorkomen die wordt veroorzaakt door een verlenging van de wachttijd, terwijl het recht op scheiding wordt toegestaan om de schade te verhelpen die wordt veroorzaakt door een slechte relatie en samenleven met iemand die men niet wil en verafschuwt. Dit laatste is ernstiger dan de schade veroorzaakt door een verlengde wachttijd. Daarom heeft de Profeet (vrede zij met hem) niet gevraagd naar de situatie van de vrouw die om echtscheiding vraagt". Eind van zijn uitspraak

Het sluiten van een huwelijk met een vrouw terwijl ze menstrueert is toegestaan, omdat het basisprincipe is dat het is toegestaan, en er is geen bewijs dat het verboden is. Echter, het binnentreden van de echtgenoot bij haar terwijl ze menstrueert, vereist zorgvuldige overweging. Als hij er zeker van is dat hij seksuele betrekkingen met haar kan hebben zonder problemen, dan is er geen bezwaar. Zo niet, dan mag hij niet intiem met haar zijn totdat ze zich heeft gereinigd, om te voorkomen dat hij iets doet dat verboden is.

Het achtste voorschrift betreft de berekening van de wachttijd ('iddah) na de scheiding. Als een man zijn vrouw scheidt nadat hij haar heeft aangeraakt of gemeenschap met haar heeft gehad, dan moet zij een wachttijd van drie volledige menstruatiecyclus in acht nemen, op voorwaarde dat zij menstruerend is en niet zwanger is. Allah zegt:

﴿وَٱلۡمُطَلَّقَٰتُ يَتَرَبَّصۡنَ بِأَنفُسِهِنَّ ثَلَٰثَةَ قُرُوٓءٖۚ...﴾

(En gescheiden vrouwen moeten drie 'quro' afwachten...). [Al-Baqarah:228]. [Al-Baqarah:228]. Dat wil zeggen: drie menstruatiecycli. Als ze zwanger is, wordt haar wachttijd berekend tot aan de volledige bevalling, ongeacht of de periode lang of kort is. Allah zegt:

﴿...وَأُوْلَاتُ الأَحْمَالِ أَجَلُهُنَّ أَن يَضَعْنَ حَمْلَهُنَّ...﴾

(...En voor degenen die zwanger zijn is de wachttijd dat zij hun last neerleggen..) [At-Talaaq:4], En als het vrouwen betreft die niet menstrueren, zoals jonge meisjes die de menstruatie nog niet hebben bereikt, of vrouwen die geen hoop hebben op menstruatie vanwege hun leeftijd, medische ingrepen, of andere redenen, dan is hun wachttijd drie maanden. Dit op basis van het volgende vers:

﴿وَاللَّائِي يَئِسْنَ مِنَ الْمَحِيضِ مِن نِّسَائِكُمْ إِنِ ارْتَبْتُمْ فَعِدَّتُهُنَّ ثَلَاثَةُ أَشْهُرٍ وَاللَّائِي لَمْ يَحِضْنَ...﴾

(En wat betreft degenen van uw vrouwen die geen hoop meer hebben op menstruatie, als u twijfelt, is hun wachttijd drie maanden, evenals voor degenen die niet menstrueren..). [At-Talaaq:4], En als het vrouwen betreft die normaal menstrueren maar waarbij de menstruatie om een bekende reden is gestopt, zoals ziekte of borstvoeding, dan blijven ze in hun wachttijd, zelfs als deze lang duurt, totdat de menstruatie weer terugkeert, waarna ze deze periode als hun wachttijd moeten beschouwen, Als de oorzaak wegvalt en de menstruatie niet terugkeert omdat ze is genezen van de ziekte of klaar is met borstvoeding geven, en de menstruatie afwezig blijft, dan dient ze een volledig jaar te wachten vanaf het moment dat de oorzaak is weggevallen. Dit is de juiste opvatting, die in overeenstemming is met de religieuze principes. Wanneer de oorzaak verdwijnt en de menstruatie niet terugkeert, wordt ze beschouwd als iemand wiens menstruatie is gestopt zonder een bekende reden. Als haar menstruatie stopt zonder een bekende reden, dan moet ze negen maanden wachten uit voorzorg voor een mogelijke zwangerschap, aangezien dit de meest waarschijnlijke duur van een zwangerschap is, en nog eens drie maanden voor de wachtperiode.

Indien de echtscheiding plaatsvindt na de huwelijkssluiting maar vóór het huwelijk wordt geconsumeerd en er geen moment van afzondering is geweest, dan is er absoluut geen wachtperiode vereist, noch vanwege menstruatie, noch om enige andere reden. Op basis van de volgende woorden van Allah:

﴿يَاأَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا إِذَا نَكَحْتُمُ الْمُؤْمِنَاتِ ثُمَّ طَلَّقْتُمُوهُنَّ مِن قَبْلِ أَن تَمَسُّوهُنَّ فَمَا لَكُمْ عَلَيْهِنَّ مِنْ عِدَّةٍ تَعْتَدُّونَهَا...﴾

(O jullie die geloven, wanneer jullie gelovige vrouwen huwen en hen vervolgens scheiden voordat jullie hen hebben aangeraakt, dan hebben jullie geen wachttijd die jullie moeten afwachten met betrekking tot hen...). [Al-Ahzab:49].

De negende regel: Het oordeel over de zuiverheid van de baarmoeder, dat wil zeggen, het feit dat deze vrij is van zwangerschap. Dit is noodzakelijk telkens wanneer er behoefte is aan een oordeel over de zuiverheid van de baarmoeder, en hieraan zijn verschillende kwesties verbonden:

Een van de kwesties is: Als een man overlijdt en zijn potentieel ongeboren kind zou kunnen erven van hem en de vrouw heeft een echtgenoot, dan mag haar echtgenoot geen gemeenschap met haar hebben totdat ze menstrueert of totdat haar zwangerschap duidelijk wordt. Als haar zwangerschap wordt bevestigd, dan oordelen we dat het kind erft omdat we aannemen dat het kind al bestond ten tijde van het overlijden van de erflater. Echter, als ze menstrueert, oordelen we dat het kind niet erft omdat de menstruatie aangeeft dat de baarmoeder leeg is.

De tiende regel: De verplichting tot het verrichten van een rituele wassing. Het is verplicht voor een vrouw die haar menstruatieperiode heeft afgerond om een volledige rituele wassing te verrichten waarbij het hele lichaam gereinigd wordt. Vanwege de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem) aan Fatima bint Abi Hoebaysh:

«فَإِذَا أَقْبَلَتِ الْحَيْضَةُ فَدَعِي الصَّلَاةَ، وَإِذَا أَدْبَرَتْ فَاغْتَسِلِي وَصَلِّي».

"Wanneer je menstruatie begint, laat dan het gebed achterwege en wanneer het eindigt, verricht dan een rituele wassing en bid." [overgeleverd door al-Boekhari]53.

Het minimale vereiste voor de rituele wassing is dat het gehele lichaam, inclusief wat zich onder het haar bevindt, volledig wordt gewassen. Het is echter aanbevolen om de wassing uit te voeren volgens de methode die in de overleveringen (hadith) wordt beschreven. Op gezag van de Profeet (vrede zij met hem) waarbij Asma bint Shakal hem vroeg over de rituele wassing na de menstruatie, antwoordde hij, vrede zij met hem: "Eén van jullie zou haar water en sidr (een soort plant) moeten nemen en zichzelf grondig moeten reinigen. Vervolgens moet ze water over haar hoofd gieten en het krachtig masseren totdat het de wortels van haar haar bereikt. Daarna moet ze nogmaals water over zichzelf gieten. Vervolgens neemt ze een doek met muskus en reinigt zichzelf ermee." Asma vroeg: "Hoe moet ze zichzelf hiermee reinigen?" Hij zei: "Glorie zij aan Allah!" Aisha zei vervolgens tegen haar: "Volg het spoor van het bloed." [Dit is overgeleverd door Muslim].

«تَأْخُذُ إِحْدَاكُنَّ مَاءَهَا وَسِدْرَتَهَا فَتَطَهَّرُ فَتُحْسِنُ الطُّهُورَ، ثُمَّ تَصُبُّ عَلَى رَأْسِهَا فَتَدْلُكُهُ دَلْكًا شَدِيدًا، حَتَّى تَبْلُغَ شُؤُونَ رَأْسِهَا، ثُمَّ تَصُبُّ عَلَيْهَا الْمَاءَ، ثُمَّ تَأْخُذُ فِرْصَةً مُمَسَّكَةً -أَيْ: قِطْعَةَ قُمَاشٍ فِيهَا مِسْكٌ- فَتَطَهَّرُ بِهَا».

"Eén van jullie zou haar water en sidr (een soort plant) moeten nemen en zichzelf grondig moeten reinigen. Vervolgens moet ze water over haar hoofd gieten en het krachtig masseren totdat het de wortels van haar haar bereikt. Daarna moet ze nogmaals water over zichzelf gieten. Vervolgens neemt ze een doek met muskus en reinigt zichzelf ermee." Asma vroeg: "Hoe moet ze zichzelf hiermee reinigen?" Hij zei:

«سُبْحَانَ اللَّهِ!»

"Glorie zij Allah!", Aïcha (moge Allah tevreden over haar zijn) zei tegen haar: “Je volgt het spoor van het bloed.” Overgeleverd door Moeslim54.

Het is niet noodzakelijk om het hoofdhaar los te maken, tenzij het strak is samengebonden en men vreest dat het water de wortels niet zal bereiken; In sahih Muslim staat een overlevering van Umm Salamah, moge Allah tevreden met haar zijn, waarin zij de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem), vroeg: "Ik ben een vrouw die haar hoofdhaar strak bindt. Moet ik het losmaken voor het rituele bad na seksuele gemeenschap?" In een andere versie vroeg ze: "Voor menstruatie en seksuele gemeenschap?" Hij antwoordde:

«لَا، إِنَّمَا يَكْفِيكِ أَنْ تَحْثِيَ عَلَى رَأْسِكِ ثَلَاثَ حَثَيَاتٍ ثُمَّ تُفِيضِينَ عَلَيْكِ الْمَاءَ فَتَطْهُرِينَ».

"Nee, het volstaat voor jou om drie keer water over je hoofd te gieten en daarna het water over jezelf te laten stromen om je te reinigen"55.

Wanneer een vrouw die menstrueert zich tijdens het gebedstijdstip reinigt, dient zij zich zo snel mogelijk te wassen om het gebed op tijd te kunnen verrichten. Als ze op reis is en geen water bij zich heeft, of als ze wel water heeft maar vreest dat het gebruik ervan haar schade zal berokkenen, of als ze ziek is en het water haar kwaad zou doen, dan dient ze de tayammum (droge rituele reiniging) te verrichten in plaats van zich te wassen, totdat de belemmering is verdwenen waarna ze zich alsnog dient te wassen.

Sommige vrouwen, die zich tijdens het gebedstijdstip reinigen, stellen het wassen uit naar een later tijdstip, bewerend dat ze zich op dat moment niet volledig kunnen reinigen. Echter, dit is geen geldige rechtvaardiging of excuus. Omdat ze zich kan beperken tot het minimale vereiste wat betreft de wassing en het gebed op tijd kan uitvoeren. Wanneer ze later meer tijd heeft, kan ze vervolgens de volledige rituele reiniging uitvoeren.

Hoofdstuk vijf: Over Istihaadha (vaginale bloeding buiten de menstruatie) en de bijbehorende voorschriften.

Istihaadha: Het voortdurende verschijnen van bloed bij een vrouw zodanig dat het nooit stopt, of slechts kort onderbreekt, zoals één of twee dagen in de maand.

Het bewijs voor de eerste situatie, waarin het bloed nooit stopt, is wat vastgesteld is in Sahih Al-Bukhari van Aisha, moge Allah tevreden met haar zijn, waarin zij zei: Fatima bint Abi Hubaysh zei tegen de Boodschapper van Allah, vrede zij met hem:

"يَا رَسُولَ اللَّهِ إِنِّي لَا أَطْهُرُ".

"O Boodschapper van Allah, ik word niet rein." In een andere overlevering staat:

"أَسْتَحَاضُ فَلَا أَطْهُرُ".

"Ik heb aanhoudende menstruatiebloedingen en word niet rein"56.

En het bewijs voor de tweede situatie, waarbij het bloeden slechts kortstondig stopt, is de overlevering van Hamna bint Djahsh, die naar de Profeet (vrede zij met hem) kwam en zei:

"يَا رَسُولَ اللَّهِ إِنِّي أَسْتَحَاضُ حَيْضَةً كَثِيرَةً شَدِيدَةً".

"O Boodschapper van Allah, ik ervaar hevig en overvloedig menstrueel bloeden." [Deze overlevering is overgeleverd door Ahmad, Abu Dawood en Al-Tirmidhi, die het als authentiek beschouwde. Imam Ahmad heeft het ook als authentiek bevestigd en Al-Bukhari heeft het als goed beoordeeld]. [De hadieth....Overgeleverd door Ahmed, Aboe Dawoed en At-Tirmidi57, en hij verklaarde het authentiek en vermeldde de verklaring van authenticiteit van Imam Ahmed en de verklaring van Al-Boekhari dat het goed is]58.

Omstandigheden van doorbraakbloedingen:

Voor de vrouw met doorbraakbloedingen bestaan er drie toestanden:

De eerste situatie: zij had een bekende menstruatieperiode vóór de doorbraakbloedingen. In dit geval baseert zij zich op de duur van haar eerder bekende menstruatieperiode en gedurende deze tijd gelden voor haar de regels van de menstruatie. Buiten deze periode wordt het beschouwd als doorbraakbloedingen en zijn de regels voor de vrouw met doorbraakbloedingen op haar van toepassing.

Bij wijze van voorbeeld: er was een vrouw bij wie de menstruatie zes dagen aan het begin van elke maand verscheen. Vervolgens kreeg zij te maken met doorbraakbloedingen, waardoor het bloeden aanhoudend werd. Haar menstruatie blijft de zes dagen aan het begin van elke maand, en alles daarbuiten wordt beschouwd als doorbraakbloedingen. Volgens de overlevering van Aisha, moge Allah tevreden met haar zijn, zei Fatima bint Abi Hubaysh: "O Boodschapper van Allah, ik lijd aan langdurige menstruele bloeding en word niet rein. Moet ik dan het gebed nalaten?" Hij antwoordde:

«لَا، إِنَّ ذَلِكَ عِرْقٌ، وَلَكِنْ دَعِي الصَّلَاةَ قَدْرَ الْأَيَّامِ الَّتِي كُنْتِ تَحِيضِينَ فِيهَا ثُمَّ اغْتَسِلِي وَصَلِّي».

"Nee, dat is slechts een ader. Maar laat het gebed achterwege voor de duur van de dagen dat je normaal gesproken menstrueerde en neem vervolgens een rituele wassing en verricht het gebed." Overgeleverd door Al-Boekhari59.

In Sahih Moeslim staat dat de Profeet (vrede zij met hem), tegen Oem Habiba bint Djahsh zei: "Laat het gebed achterwege gedurende de periode dat je normaal gesproken door je menstruatie werd weerhouden, neem daarna een rituele wassing en verricht het gebed."

«امْكُثِي قَدْرَ مَا كَانَتْ تَحْبِسُكِ حَيْضَتُكِ ثُمَّ اغْتَسِلِي وَصَلِّي».

"Laat het gebed achterwege gedurende de periode dat je normaal gesproken door je menstruatie werd weerhouden, neem daarna een rituele wassing en verricht het gebed."60

Derhalve, de vrouw die aan doorbraakbloedingen lijdt en een bekende menstruatieperiode heeft, dient de duur van haar reguliere menstruatie af te wachten, vervolgens neemt ze een rituele wassing en verricht ze haar gebed, zonder zich op dat moment zorgen te maken over het bloedverlies.

De tweede situatie: het betreft een vrouw die voor het begin van haar doorbraakbloedingen geen herkenbare menstruatie heeft gehad, in die zin dat de doorbraakbloedingen continu bij haar aanwezig is vanaf het eerste moment dat ze bloed zag tijdens haar eerste menstruatie. Deze vrouw dient onderscheid te maken op basis van de kleur, consistentie of geur. De periode die zich kenmerkt door een donkere kleur, een dikke consistentie of een specifieke geur, wordt beschouwd als haar menstruatie, waarop de regels van de menstruatie van toepassing zijn. Alle overige periodes worden beschouwd als doorbraakbloedingen, waarop de regels voor doorbraakbloedingen van toepassing zijn.

Een voorbeeld hiervan is een vrouw die bloed ziet vanaf het allereerste moment dat zij dit waarneemt, en dit blijft aanhouden. Echter, merkt ze gedurende tien dagen dat het bloed zwart is, terwijl het de rest van de maand rood is. Of ze merkt dat het bloed gedurende tien dagen dik is en de rest van de maand dun. Of ze merkt dat het bloed gedurende tien dagen de specifieke geur van menstruatie heeft en de rest van de maand geurloos is. Haar menstruatie in het eerste voorbeeld is het zwarte bloed, in het tweede voorbeeld het dikke bloed en in het derde voorbeeld het bloed met de menstruatiegeur. Al het andere wordt beschouwd als doorbraakbloedingen. Naar het woord van de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem), gericht aan Fatima bint Abi Hoebaysh:

«إِذَا كَانَ دَمُ الْحَيْضَةِ فَإِنَّهُ أَسْوَدُ يُعْرَفُ، فَإِذَا كَانَ ذَلِكَ فَأَمْسِكِي عَنِ الصَّلَاةِ فَإِذَا كَانَ الْآخَرُ فَتَوَضَّئِي وَصَلِّي؛ فَإِنَّمَا هُوَ عِرْقٌ».

"Wanneer het menstruatiebloed verschijnt, is het herkenbaar zwart. Wanneer je dat ziet, onthoud je dan van het gebed. Als het anders is, verricht dan de wassing en bid, want het is slechts een ader." [Overgeleverd door Aboe Dawoed en An-Nasa'i, en geverifieerd door Ibn Hibban en Al-Hakim]61.

Ondanks enige bedenkingen over zowel de keten van overleveraars als de inhoud van deze hadith, hebben de geleerden, moge Allah genadig met hen zijn, er toch naar gehandeld. Dit is meer gepast dan haar terug te verwijzen naar de gewoonten van de meeste vrouwen.

De derde situatie: zij heeft geen bekende menstruatieperiode noch een geldig onderscheidingscriterium, omdat de onregelmatige bloeding vanaf het allereerste moment dat zij bloed zag continu is en het bloed één specifieke eigenschap heeft of verschillende verwarrende eigenschappen die niet als menstruatie kunnen worden beschouwd. Zij handelt volgens de gebruikelijke gewoonte van de meeste vrouwen, wat betekent dat haar menstruatie zes of zeven dagen per maand duurt, beginnend vanaf het eerste moment van de periode waarin ze bloed waarnam, en alles daarbuiten wordt beschouwd als onregelmatige bloeding.

Een voorbeeld hiervan is wanneer ze bloed waarneemt vanaf de vijfde dag van de maand en dit blijft voortduren zonder dat er een duidelijk onderscheid is dat kenmerkend is voor menstruatie, noch in kleur noch op enige andere manier. Daarom duurt haar menstruatie elke maand zes of zeven dagen, beginnend vanaf de vijfde dag van elke maand. Het overgeleverde verhaal van Hamna bint Djahsh, moge Allah tevreden zijn met haar, vermeldt dat ze zei: "O Boodschapper van Allah, ik ervaar een overmatige en intense menstruatie; wat is uw advies daarin? Het heeft mij weerhouden van het gebed en het vasten." De Profeet (vrede en zegeningen zij met hem), antwoordde:

«أَنْعَتُ لَكِ (أَصِفُ لَكِ اسْتِعْـمَال) الْكُرْسُفَ (وهُـوَ القُطْنُ) تَضَعِينَهُ عَلَى الْفَرْجِ، فَإِنَّهُ يُذْهِبُ الدَّمَ».

"Gebruik 'kursuf' (wat verwijst naar katoen) en plaats het bij de genitaliën, want het zal het bloed absorberen." Zij zei: "Het is meer dan dat." En daarover zei hij:

«إِنَّمَا هَذَا رَكْضَةٌ مِنْ رَكَضَاتِ الشَّيْطَانِ، فَتَحَيَّضِي سِتَّةَ أَيَّامٍ أَوْ سَبْعَةً فِي عِلْمِ اللَّهِ تَعَالَى، ثُمَّ اغْتَسِلِي حَتَّى إِذَا رَأَيْتِ أَنَّكِ قَدْ طَهُرْتِ وَاسْتَنْقَيْتِ فَصَلِّي أَرْبَعًا وَعِشْرِينَ أَوْ ثَلَاثًا وَعِشْرِينَ لَيْلَةً وَأَيَّامَهَا وَصُومِي».

"Dit is slechts een aanval van de Satan; beschouw jezelf daarom als menstruerend voor zes of zeven dagen, in de kennis van Allah, de Verhevene. Was jezelf vervolgens en wanneer je ziet dat je volledig rein bent geworden, verricht dan het gebed gedurende vierentwintig of drieëntwintig dagen en nachten, en vast". [Overgeleverd door Ahmed, Aboe Dawoed en At-Tirmidhi, die het authentiek verklaarde62, en het is van Ahmed overgeleverd dat hij het authentiek verklaarde en van Al-Boekhari dat hij het als goed classificeerde]63.

En zijn uitspraak, vrede en zegeningen zij met hem, "zes dagen of zeven" is niet bedoeld als een keuzeoptie, maar eerder als een aanduiding voor persoonlijke inspanning. Men dient te overwegen wat het dichtst in de buurt komt van haar situatie, kijkend naar wie haar in aard en leeftijd nabij komt, evenals in familiebanden, en naar wat het meest lijkt op menstruatiebloed onder haar bloedingen, en andere dergelijke overwegingen. Indien het waarschijnlijker is dat het zes dagen betreft, dan dient het als zes dagen te worden beschouwd; en indien het waarschijnlijker is dat het zeven dagen betreft, dan dient het als zeven dagen te worden beschouwd.

 

 

 

De situatie van degene die overeenkomsten vertoont met de vrouw die aan doorbraakbloedingen lijdt.

Het kan gebeuren dat er bij een vrouw een reden optreedt waardoor er bloed uit haar vagina komt, zoals door een procedure in de baarmoeder of iets daaronder. Dit komt in twee vormen voor:

De eerste soort: dat zij weet dat het na de procedure onmogelijk is om menstruatie te ervaren, zoals wanneer de procedure een volledige verwijdering van de baarmoeder betreft of het blokkeren ervan zodat er geen bloed uit kan komen. Voor deze vrouw gelden niet de regels van continue bloeding. In plaats daarvan zijn de regels die op haar van toepassing zijn vergelijkbaar met die voor vrouwen die een gelige of troebele afscheiding of vochtigheid ervaren na reiniging. Zij hoeft niet te stoppen met bidden of vasten, en haar seksuele gemeenschap wordt niet belemmerd. Er is geen verplichte rituele wassing nodig voor dit bloed. Echter, voor het gebed dient zij het bloed te wassen, en een doek of iets dergelijks over haar geslachtsdeel te plaatsen om het bloed te absorberen. Daarna verricht zij de rituele wassing voor het gebed. Zij doet dit alleen wanneer het tijd is voor het gebed, zoals bij de vijf dagelijkse gebeden, of anders wanneer zij van plan is te bidden, zoals bij ongebonden vrijwillige gebeden.

De tweede soort: wanneer zij niet zeker weet of haar menstruatie na de procedure zal ophouden en het mogelijk is dat zij blijft menstrueren. De regels die op deze vrouw van toepassing zijn, zijn dezelfde als die voor vrouwen met continue bloeding. Dit wordt ondersteund door wat de Profeet (vrede zij met hem), zei tegen Fatima bint Abi Hubaysh:

«إِنَّمَا ذَلِكَ عِرْقٌ وَلَيْسَ بِالْحَيْضَةِ، فَإِذَا أَقْبَلَتِ الْحَيْضَةُ فَاتْرُكِي الصَّلَاةَ».

"Het is slechts een aderlijke bloeding en geen menstruatie. Wanneer de menstruatie echter aanvangt, dien je het gebed te staken."64.

Zijn uitspraak "wanneer de menstruatie begint" impliceert dat de regels omtrent een vrouw die aan doorbraakbloedingen lijdt van toepassing zijn wanneer zij een menstruatie kan hebben die komt en gaat. Voor een vrouw die geen mogelijke menstruatie heeft, wordt haar bloeding onder alle omstandigheden beschouwd als een aderlijke bloeding.

«فَإِذَا أَقْبَلَتِ الْحَيْضَةُ».

"wanneer de menstruatie begint." Dit betekent dat de regels voor een vrouw die doorbraakbloedingen ervaart, van toepassing zijn wanneer zij een menstruatie kan hebben die opkomt en weer stopt. Voor een vrouw bij wie menstruatie niet mogelijk is, wordt elke bloeding in alle gevallen als aderlingsbloed beschouwd.

De regelgeving omtrent doorbraakbloedingen.

Uit het voorgaande hebben we begrepen wanneer het bloed als menstruatie wordt beschouwd en wanneer als chronische vaginale bloeding. Als het als menstruatie wordt beschouwd, zijn de regels van de menstruatie van toepassing. En als het als chronische vaginale bloeding wordt beschouwd, zijn de regels van de doorbraakbloedingen van toepassing.

Het belangrijkste betreffende de regelgeving omtrent de menstruatie is reeds eerder besproken.

Wat betreft de regelgeving omtrent 'istihada' (doorbraakbloedingen), deze is vergelijkbaar met de regels van reinheid. Er is geen onderscheid tussen vrouwen die lijden aan 'istihada' en vrouwen in een staat van rituele reinheid, behalve voor wat hierna volgt:

Ten eerste: De verplichting voor haar om voor elk gebed rituele wassing (wudu) te verrichten. Vanwege de uitspraak van de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem), tegen Fatima bint Abi Hoebaish:

«ثُمَّ تَوَضَّئِي لِكُلِّ صَلَاةٍ».

"Verricht dan de rituele wassing voor elk gebed." Overgeleverd door Al-Boekhari in het hoofdstuk over het wassen van bloed, Dit betekent dat zij de rituele wassing voor het voorgeschreven gebed niet verricht voordat de tijd ervoor is aangebroken. Maar als het gebed niet tijdsgebonden is, verricht zij de rituele wassing ervoor op het moment dat zij besluit het uit te voeren.

Ten tweede: Wanneer zij de wassing wenst te verrichten, wast zij de sporen van het bloed weg en plaatst zij een doek of katoen over haar intieme zone om het bloed op te vangen. Volgens de uitspraak van de Profeet (vrede zij met hem), aan Hamna:

«أَنْعَتُ لَكِ الْكُرْسُفَ فَإِنَّهُ يُذْهِبُ الدَّمَ». قَالَتْ: فَإِنَّهُ أَكْثَرُ مِنْ ذَلِكَ. قَالَ: «فَاتَّخِذِي ثَوْبًا». قَالَتْ: هُوَ أَكْثَرُ مِنْ ذَلِكَ. قَالَ: «فَتَلَجَّمِي».

"Gebruik de kursuf ( katoen), want dat absorbeert het bloed." Ze zei: "Het is meer dan dat." Hij zei: "Gebruik dan een doek." Ze zei: "Het is nog steeds te veel." Hij zei: "Bind jezelf dan strak." Al hadith. De hadieth, Hetgeen wat na dat moment uit haar komt, schaadt haar niet; conform de woorden van de Profeet (vrede zij met hem), gericht aan Fatima dochter van Abi Hubaysh.

«اجْتَنِبِي الصَّلَاةَ أَيَّامَ حَيْضِكِ، ثُمَّ اغْتَسِلِي وَتَوَضَّئِي لِكُلِّ صَلَاةٍ، ثُمَّ صَلِّي، وَإِنْ قَطَرَ الدَّمُ عَلَى الْحَصِيرِ».

"Vermijd het gebed gedurende de dagen van je menstruatie; was jezelf vervolgens en verricht de wassing voor elk gebed. Bid dan, zelfs als er bloeddruppels op het matje vallen." [Overgeleverd door Ahmed en Ibn Madjah]65.

Ten derde: Betreffende geslachtsgemeenschap; de geleerden verschillen van mening over de toelaatbaarheid ervan, als er geen vrees is voor ongemak door het te vermijden. Het juiste standpunt is dat het absoluut toegestaan is. Dit omdat vele vrouwen, die tien dagen of meer aan 'istihada' (doorbraakbloedingen) leden tijdens het tijdperk van de Profeet (vrede zij met hem), door noch Allah noch Zijn Boodschapper werden verboden om geslachtsgemeenschap te hebben. Echter, in het vers van de Verhevene:

﴿...فَاعْتَزِلُواْ النِّسَاء فِي الْمَحِيضِ...﴾

(....Blijf daarom tijdens de menstruatie van de vrouwen weg....) [Al-Baqarah:222]. Dit toont aan dat het niet verplicht is om zich van hen te onthouden in andere situaties. Aangezien het voor hen toegestaan is om te bidden, geldt dit des te meer voor geslachtsverkeer. Het is onjuist om hun omgang te vergelijken met die van een menstruerende vrouw, omdat zij niet gelijk zijn, zelfs volgens degenen die het verbieden. Een vergelijking kan immers niet correct zijn wanneer er een wezenlijk verschil bestaat.

Hoofdstuk zes: Over de Nifaas (postnatale bloeding) en haar regels

Nifaas: Het is bloed dat door de baarmoeder wordt afgescheiden vanwege de bevalling, hetzij tijdens de bevalling, hetzij erna, of zelfs twee tot drie dagen ervoor in combinatie met weeën.

En de eminente geleerde van de Islam, Ibn Taymiyyah, heeft gezegd: "Wat men ziet op het moment dat de bevallingsweeën aanvangen, beschouwt men als postnataal bloedverlies (nifaas)." Hij heeft dit niet beperkt tot twee of drie dagen. Wat hij bedoelt is: weeën die gevolgd worden door een geboorte, anders kan het niet als nifaas worden beschouwd. Geleerden verschillen van mening over of er een minimum of maximum periode voor staat. In zijn verhandeling over de namen waaraan de Wetgever regels heeft verbonden (p. 37), zei Sheikh Taqiy ad-Din: "Wat betreft het postnatale bloedverlies (nifaas), is er geen vastgestelde minimum- of maximumduur. Als een vrouw bijvoorbeeld langer dan veertig, zestig of zeventig dagen bloed ziet en dit stopt, wordt het beschouwd als nifaas. Echter, als het bloeden aanhoudt, wordt het beschouwd als abnormaal bloed. In dat geval is de limiet veertig dagen, want dat is de overheersende opvatting die wordt ondersteund door overleveringen." Einde citaat.

Ik zeg: gebaseerd hierop, als haar bloeding langer dan veertig dagen aanhoudt en ze gewoonlijk na een bepaalde periode stopt, of als er tekenen zijn dat het bloeden spoedig zal ophouden, dient zij te wachten tot het stopt. Zo niet, dan moet ze zich reinigen aan het einde van de veertig dagen, omdat dit de meest voorkomende duur is. Tenzij het samenvalt met haar menstruatieperiode; in dat geval moet ze wachten tot haar gebruikelijke menstruatieperiode voorbij is. Als het bloeden daarna stopt, moet dit beschouwd worden als haar normale cyclus, en in de toekomst moet ze handelen volgens deze routine. Als het bloeden echter aanhoudt, wordt ze beschouwd als een vrouw met doorbraakbloedingen ('mustahadha') en moeten de eerdere regels voor vrouwen met doorbraakbloedingen worden gevolgd." Indien zij rein wordt door het stoppen van het bloeden, wordt zij als rein beschouwd, zelfs als dit vóór de veertig dagen gebeurt. Zij dient zich dan te wassen, te bidden, te vasten en haar echtgenoot mag gemeenschap met haar hebben. Tenzij het bloeden minder dan een dag stopt; in dat geval geldt er geen specifieke regel, zoals vermeld in 'Al-Moeghni'.66.

Postnatale bloeding wordt enkel bevestigd wanneer een vrouw iets baart waarin duidelijk de vorm van een mens te herkennen is. Indien ze een kleine foetus verliest waarin de menselijke vorm nog niet duidelijk zichtbaar is, wordt haar bloed niet beschouwd als postnatale bloeding, maar als bloed van een vaatbreuk. In dat geval wordt haar situatie gelijkgesteld met die van een vrouw die aan doorbraakbloedingen lijdt. De kortste duur waarin de vorm van een mens kan worden herkend is tachtig dagen vanaf het begin van de zwangerschap, hoewel het meestal negentig dagen is.

Volgens Al-Majd Ibn Taymiyya: Wanneer een vrouw bloed ziet voor een dag tijdens de weeën die eraan voorafgaan, moet ze dit negeren, maar na de bevalling moet ze zich onthouden van gebed en vasten. Indien de situatie zich nadien duidelijk anders manifesteert dan aanvankelijk leek, kan ze haar vroegere handelingen corrigeren. Als de situatie echter niet duidelijk wordt, blijft de initiële regel gelden en is er geen reden voor herziening. Dit is overgeleverd in de uitleg van Al-Iqna'e.67.

De voorschriften betreffende de nifaas (postnatale bloeding).

De voorschriften betreffende de nifaas (postnatale bloeding) zijn gelijk aan de voorschriften van de menstruatie in elk opzicht, behalve wat hierna volgt:

Het eerste: De 'iddah (wachtperiode na echtscheiding of overlijden van de echtgenoot) wordt in overweging genomen bij echtscheiding, maar niet bij nifaas (postnatale bloeding). Als de echtscheiding plaatsvond vóór de geboorte, dan eindigt de 'iddah met de geboorte en niet met de nifaas. Als de echtscheiding na de geboorte plaatsvond, dan wacht men op de terugkeer van de menstruatie, zoals eerder vermeld.

Het tweede: De periode van ila'e (een specifieke vorm van gelofte waarbij een man zweert geen seksuele relaties met zijn vrouw te hebben) neemt de duur van de menstruatie in aanmerking, maar rekent de periode van postnatale bloeding (nifaas) niet mee.

De ila'e betreft het scenario waarin een man zweert zich voor altijd, of voor een periode die langer is dan vier maanden, te onthouden van seksuele betrekkingen met zijn vrouw. Als hij zo'n eed aflegt en zijn vrouw verzoekt om intiem te zijn, wordt hem een termijn van vier maanden vanaf zijn eed gegeven. Als deze periode vervolgens voltooid is, wordt hij gedwongen om ofwel seksuele betrekkingen te hebben of de relatie te beëindigen op verzoek van de vrouw. Als de vrouw tijdens deze periode postnatale bloedingen (nifaas) ervaart, wordt deze tijd niet bij de man in rekening gebracht. In plaats daarvan wordt de periode van vier maanden verlengd met de duur van haar nifaas. Dit is in contrast met de menstruatie; haar duur wordt wel bij de man in rekening gebracht.

Ten derde: Volwassenheid kan worden vastgesteld door menstruatie, maar niet door postnatale bloedingen (nifaas); omdat een vrouw niet zwanger kan worden totdat ze heeft gemenstrueerd. Dus volwassenheid wordt vastgesteld door de menstruatie die voorafgaat aan de zwangerschap.

Ten vierde: Wanneer menstruatiebloed stopt en vervolgens binnen de gebruikelijke cyclus terugkeert, wordt dit zonder twijfel als menstruatie beschouwd. Bijvoorbeeld, als haar normale cyclus acht dagen duurt en ze vier dagen menstrueert, waarna het twee dagen stopt en vervolgens op de zevende en achtste dag terugkeert, dan wordt deze terugkeer met zekerheid als menstruatie beschouwd en gelden de bijbehorende regels van de menstruatie. Maar wat betreft het postpartum bloed: als het stopt vóór de veertig dagen en daarna terugkeert binnen die veertig dagen, dan heerst er twijfel over. Het is dan verplicht voor haar om de voorgeschreven gebeden op hun vastgestelde tijden te verrichten en te vasten, en wat verboden is voor een menstruerende vrouw, met uitzondering van de verplichtingen, is ook voor haar verboden. Na haar reiniging moet ze datgene inhalen wat ze tijdens deze bloedperiode heeft gedaan en wat een menstruerende vrouw verplicht is in te halen. Dit is wat algemeen bekend is bij de juristen van de Hanbali-school.68.

Het correcte standpunt is dat, als het bloed haar opnieuw bereikt in een periode waarin het mogelijk als postpartum bloed beschouwd kan worden, het dan inderdaad als postpartum bloed beschouwd dient te worden. Zo niet, dan wordt het als menstruatiebloed beschouwd, tenzij het aanhoudt, in welk geval het als doorbraakbloedingen wordt geïnterpreteerd.

Dit komt dicht in de buurt van wat is overgeleverd in 'Al-Moeghni' namens Imam Malik, moge Allah genadig met hem zijn, waarin hij zei: "Malik heeft gezegd:69 "Indien zij bloed ziet na twee of drie dagen - dit betekent na het stoppen ervan - dan is het postnatale bloeding (nifaas), anders is het menstruatiebloed (haid)." Einde citaat. Dit is in overeenstemming met de voorkeur van Sheikh al-Islam Ibn Taymiyyah, moge Allah hem genadig zijn.

In het bloed is niets intrinsiek twijfelachtig volgens de realiteit. Echter, twijfel is een relatief concept waarover mensen verschillen op basis van hun kennis en begrip. De Koran en de Soenna verklaren alles. Allah, de Verhevene, heeft niemand verplicht om twee keer te vasten of twee keer de bedevaart te verrichten, tenzij er een mankement was in de eerste daad die alleen door herstel kan worden gecorrigeerd. Als een dienaar handelt naar zijn beste vermogen binnen de grenzen van zijn opgelegde plichten, dan is hij van zijn verantwoordelijkheid ontheven. Zoals de Verhevene heeft gezegd:

﴿لَا يُكَلِّفُ ٱللَّهُ نَفۡسًا إِلَّا وُسۡعَهَاۚ...﴾

(Allah belast geen ziel boven haar vermogen....) [Al-Baqara:286]. En Hij zei:

﴿فَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ مَا ٱسۡتَطَعۡتُمۡ...﴾

(Onderhoud jullie verplichtingen t.o.v. Allah zover jullie daartoe in staat zijn...) [At-Taghaboen:16].

Het vijfde onderscheid tussen menstruatie en postnatale bloeding: In geval van menstruatie, als zij zich reinigt vóór haar gebruikelijke periode, is het voor haar echtgenoot toegestaan om gemeenschap met haar te hebben zonder afkeuring. Wat betreft de postnatale bloeding: als zij zich reinigt vóór de veertig dagen, dan wordt het volgens het bekende standpunt in de leerstelling afgekeurd voor haar echtgenoot om gemeenschap met haar te hebben. Het correcte standpunt is echter dat het niet afkeurenswaardig is voor hem om gemeenschap met haar te hebben. Dit is de mening van de meerderheid van de geleerden; omdat afkeuring een religieus oordeel is dat een religieus bewijs vereist. Met betrekking tot deze kwestie is er enkel wat imam Ahmad heeft vermeld over Uthman ibn Abi al-'Aas, dat zij (zijn vrouw) naar hem toe kwam vóór de veertig dagen, waarop hij zei: "Nader mij niet."70.

Dit impliceert niet noodzakelijkerwijs afkeuring; want het kan zijn dat hij dit uit voorzorg deed, uit vrees dat zij niet volledig zeker was van haar reinheid, of uit angst dat het bloed opnieuw zou gaan vloeien door geslachtsgemeenschap, of om andere redenen. En Allah weet het beste.

Hoofdstuk zeven: Over het gebruik van middelen die menstruatie voorkomen of veroorzaken, en die zwangerschap voorkomen of beëindigen.

Het is voor een vrouw toegestaan om middelen te gebruiken die haar menstruatie tegengaan, mits aan twee voorwaarden wordt voldaan:

Ten eerste: dat er geen vrees is voor schade aan haar. Indien er wel vrees bestaat voor schade aan haar als gevolg daarvan, dan is het niet toegestaan; Vanwege Zijn uitspraak, verheven is Hij:

﴿...وَلَا تُلۡقُواْ بِأَيۡدِيكُمۡ إِلَى ٱلتَّهۡلُكَةِ...﴾

(....En werp jezelf niet met eigen handen in de ondergang....) [Al-Baqara:195].

﴿...وَلَا تَقۡتُلُوٓاْ أَنفُسَكُمۡۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِكُمۡ رَحِيمٗا﴾

(....En dood uzelf niet, voorwaar, Allah is voor jullie meest Barmhartig...) [An-Nisa'e:29].

Ten tweede: het dient te geschieden met de toestemming van de echtgenoot, indien hij belangen heeft die hieraan gerelateerd zijn, zoals wanneer zij van hem afhankelijk is op een wijze waarop hij verplicht is in haar onderhoud te voorzien. Als ze dan middelen gebruikt om de menstruatie te voorkomen om zo de periode te verlengen en daardoor de onderhoudsverplichting van hem te verhogen, dan is het haar niet toegestaan dergelijke middelen te gebruiken zonder zijn toestemming. Evenzo, als het vaststaat dat het voorkomen van de menstruatie ook de kans op zwangerschap voorkomt, is de toestemming van de echtgenoot vereist. En waar het geoorloofd is gebleken, is het raadzaam het niet te gebruiken, tenzij er een noodzaak is; want het behouden van de natuurlijke staat is bevorderlijker voor het behoud van een evenwichtige gezondheid en welzijn.

En wat betreft het gebruik van middelen die de menstruatie opwekken, dit is eveneens toegestaan onder twee voorwaarden:

Ten eerste: zij dient het niet als een listig middel te gebruiken om een religieuze verplichting te ontwijken, zoals het gebruik ervan kort voor de Ramadan om te kunnen vastenbreken, of om het gebed te kunnen overslaan, en dergelijke.

Ten tweede: het dient met de toestemming van de echtgenoot te zijn; omdat het optreden van de menstruatie hem weerhoudt van volledig genot. Daarom is het gebruik van wat zijn recht belemmert alleen toegestaan met zijn goedkeuring. En indien zij gescheiden is, versnelt dit het wegvallen van het hertrouwrecht van de echtgenoot, indien hij dat recht heeft.

Wat betreft het gebruik van middelen die zwangerschap voorkomen, dit kan onderverdeeld worden in twee categorieën:

Het eerste betreft een permanente preventie van zwangerschap; dit is niet toegestaan. Omdat het de kans op zwangerschap elimineert, leidt dit tot een verminderde nakomelingschap. Dit gaat in tegen de bedoeling van de religieuze wetgeving, die beoogt de Islamitische gemeenschap te vergroten. Bovendien is het niet gegarandeerd dat haar huidige kinderen in leven blijven, waardoor ze als kinderloze weduwe achter zou kunnen blijven.

Het tweede betreft een tijdelijke preventie van zwangerschap. Bijvoorbeeld, wanneer een vrouw frequent zwanger raakt en de zwangerschappen zwaar voor haar zijn, en ze daarom verkiest haar zwangerschappen om de twee jaar te plannen of iets dergelijks. Dit is toegestaan, mits haar echtgenoot ermee instemt en op voorwaarde dat het geen schade aan haar berokkent. Het bewijs hiervoor: de metgezellen pasten coïtus interruptus toe bij hun vrouwen ten tijde van de Profeet (vrede zij met hem), om te voorkomen dat hun vrouwen zwanger zouden worden.71 Ze werden hierover niet terechtgewezen. Coïtus interruptus houdt in dat een man geslachtsgemeenschap heeft met zijn vrouw en zich terugtrekt voordat hij ejaculeert, zodat de zaadlozing buiten de vagina plaatsvindt.

Ten aanzien van het gebruik van middelen die de zwangerschap beëindigen, zijn er twee soorten:

Het eerste type betreft de intentie om de vrucht te vernietigen. Indien dit gebeurt nadat de ziel erin is geblazen, is het zonder enige twijfel verboden. Dit omdat het het doden van een onschuldige ziel zonder rechtvaardige reden behelst. Het onrechtmatig beëindigen van een leven is verboden volgens de Koran, de Soenna en de consensus van de moslims. Indien dit plaatsvindt vóór het inblazen van de ziel, verschillen geleerden van mening over de toelaatbaarheid ervan. Sommigen staan het toe, anderen verbieden het, en er zijn er die zeggen: het is toegestaan zolang het zich nog niet in een 'alaqah' (klonter) stadium bevindt, dat wil zeggen, zolang er nog geen veertig dagen zijn verstreken. Weer anderen beweren dat het toegestaan is zolang er nog geen duidelijke menselijke vorming in waarneembaar is.

De meest voorzichtige benadering is het verbieden van de abortus, tenzij er een noodzaak is, zoals wanneer de moeder ziek is en niet in staat is om de zwangerschap te dragen of iets dergelijks. In dat geval is het toegestaan om de zwangerschap te beëindigen, tenzij er al een periode is verstreken waarin de vorming van een mens duidelijk kan worden. Dan wordt het verboden, en Allah weet het best.

Ten tweede: Het doel van de abortus mag niet zijn om het te vernietigen, zoals wanneer de poging tot abortus plaatsvindt aan het einde van de zwangerschapstermijn en vlak voor de bevalling. Dit is toegestaan, op voorwaarde dat er geen schade is voor de moeder of het kind en dat er geen operatie voor nodig is. Als een operatie echter noodzakelijk is, dan zijn er vier situaties te overwegen:

Ten eerste: Indien de moeder nog in leven is en de foetus ook levensvatbaar is, is een operatieve ingreep enkel toegestaan in geval van nood, zoals wanneer een bevalling gecompliceerd raakt en een operatie vereist is. Dit omdat het lichaam een verantwoordelijkheid is die aan de dienaar is toevertrouwd en er niet lichtzinnig mee omgegaan mag worden, tenzij er een groot belang mee gediend is. Ook kan het zijn dat men denkt dat een operatie geen schade zal aanrichten, terwijl er toch schade kan optreden.

Ten tweede: Indien de moeder is overleden en de foetus eveneens niet levensvatbaar is, is het niet toegestaan een operatie uit te voeren om deze te verwijderen, daar er geen baten aan verbonden zijn.

Ten derde: Indien de moeder nog in leven is en de foetus niet levensvatbaar is, is het toegestaan een operatie uit te voeren om deze te verwijderen, tenzij men vreest dat dit schade aan de moeder zou kunnen toebrengen. Immers, het lijkt erop - en Allah weet het best - dat wanneer een foetus overlijdt, het bijna onmogelijk is deze zonder operatie te verwijderen. Zijn aanwezigheid in haar baarmoeder zou haar kunnen beletten in de toekomst zwanger te worden, hetgeen voor haar belastend kan zijn. Er bestaat ook een kans dat zij ongehuwd blijft, vooral als zij eerder gehuwd was met een andere man.

Ten vierde: Indien de moeder is overleden en de foetus nog leeft, maar er wordt niet verwacht dat deze buiten de baarmoeder zal overleven, is het niet toegestaan een operatie uit te voeren.

En als zijn overleving wordt gehoopt, dan, indien een deel van de foetus al naar buiten is gekomen, dient men de buik van de moeder open te snijden om de rest eruit te halen. Maar als er niets van de foetus naar buiten is gekomen, hebben onze geleerden - moge Allah hen genadig zijn - gezegd dat men de buik van de moeder niet mag openen om de foetus eruit te halen, omdat dit vergelijkbaar zou zijn met verminking. Echter, het juiste standpunt is dat de buik geopend mag worden als de foetus niet op een andere manier kan worden verwijderd. Dit is de keuze van Ibn Habīra, zoals hij heeft vermeld in Al-Insāf:72en dit heeft de voorkeur.

Ik zeg: vooral in onze huidige tijd, is het uitvoeren van de operatie niet gelijkwaardig aan het maken van een insnijding; want men opent de buik en hecht deze vervolgens. Bovendien is de heiligheid van het levende wezen groter dan die van het dode. Het redden van een onschuldige van ondergang is een plicht, en de foetus is een onschuldig mens, dus het is een verplichting om hem te redden. En Allah weet het best.

Aandachtspunt: In de eerder genoemde situaties waarin het toegestaan is de foetus te aborteren, is het noodzakelijk om toestemming te verkrijgen van degene aan wie de foetus toebehoort, zoals de echtgenoot.

Hier eindigt wat we wilden schrijven over dit belangrijke onderwerp. We hebben ons beperkt tot de fundamentele kwesties en hun principes. Wat betreft de subcategorieën, details en wat vrouwen hieromtrent ervaren, dat is een zee zonder kust. Echter, iemand met inzicht is in staat om de subcategorieën terug te voeren naar hun fundamenten, en de details naar hun algemene principes en richtlijnen, en zaken af te wegen aan de hand van hun equivalenten.

Laat de rechtsgeleerde zich ervan bewust zijn dat hij de bemiddelaar is tussen Allah en Zijn schepping in het overbrengen van wat Zijn boodschappers hebben gebracht en het uitleggen ervan aan de mensen. En hij is verantwoordelijk voor wat in het Boek (de Koran) en de Soennah staat, want zij zijn de twee bronnen waarmee de mens is belast om ze te begrijpen en ernaar te handelen. Alles wat in tegenspraak is met het Boek (de Koran) en de Soennah is een fout. Het moet worden verworpen en toegeschreven aan degene die het heeft uitgesproken. Het is niet toegestaan ernaar te handelen. Ook al kan de persoon die dit heeft geuit een excuus hebben en zijn best hebben gedaan in zijn interpretatie en daarvoor beloond worden voor zijn inspanningen, is het voor een ander die zich bewust is van zijn vergissing niet toegestaan dit te accepteren.

Het is voor de rechtsgeleerde (mufti) essentieel om oprechte intenties voor Allah de Verhevene te hebben, en Zijn hulp te zoeken bij elke gebeurtenis waarmee hij wordt geconfronteerd. Hij dient Hem, de Verhevene, te vragen om standvastigheid en leiding naar het juiste pad.

Het is van essentieel belang voor hem dat zijn referentiepunt is wat er in het Boek (de Koran) en de Soennah (tradities van de Profeet) staat. Hij dient daar nauwkeurig naar te kijken en onderzoek naar te doen, of zich te laten leiden door wat de geleerden hebben gezegd over hun interpretatie ervan.

Het gebeurt vaak dat er een kwestie opduikt uit de vele vraagstukken. Een persoon zoekt dan naar wat hij kan vinden in de uitspraken van de geleerden. Echter, soms vindt hij niets waarmee hij zich volledig op zijn gemak voelt in zijn oordeel, en soms komt hij erachter dat er helemaal geen vermelding van die kwestie is. Wanneer hij zich tot het Boek en de Soennah wendt, wordt hun oordeel al snel duidelijk voor hem, en dat is in overeenstemming met oprechtheid, kennis en begrip.

Het is van cruciaal belang dat de juridisch adviseur (mufti) bedachtzaam handelt wanneer hij met een complexe kwestie wordt geconfronteerd en niet overhaast te werk gaat. Er zijn talloze oordelen die haastig zijn gegeven, waarbij na diepgaande overweging blijkt dat ze onjuist waren. Dit leidt tot spijt en soms is het niet mogelijk om het reeds gegeven advies te corrigeren.

Wanneer de juridisch adviseur (mufti) bij de mensen bekendstaat om zijn zorgvuldigheid en nauwkeurigheid, vertrouwen zij op zijn uitspraken en beschouwen zij deze als waardevol. Echter, als zij hem als overhaast ervaren, en haast leidt vaak tot fouten, dan zullen zij geen vertrouwen hebben in zijn oordelen. Door zijn overhaaste handelen en de daaruit voortkomende fouten onthoudt hij zowel zichzelf als anderen van de waardevolle kennis en juistheid die hij bezit.

Wij vragen Allah de Verhevene ons en onze moslimbroeders te leiden naar Zijn rechte pad, ons te omhullen met Zijn zorg, en ons te beschermen tegen misstappen door Zijn waakzaamheid. Voorwaar, Hij is vrijgevig en edelmoedig. Moge Allah zegeningen en vrede schenken aan onze Profeet Mohammed, en aan zijn familie en metgezellen allen tezamen. Alle lof zij Allah, door Wiens genade het goede volbracht wordt.

Voltooid met de pen van degene die behoeftig is aan Allah.

Mohammed Al-Salih Al-Uthaymeen

Op vrijdagvoormiddag

14 Sha'ban van het jaar 1392 AH

 

***

Inhoudstafel

 

Hoofdstuk 1: Over de betekenis van menstruatie en de wijsheid erachter. 5

Hoofdstuk 2: Over de duur en tijdsperiode van de menstruatie. 6

Hoofdstuk drie: Aangaande de onregelmatigheden gerelateerd aan de menstruatie. 18

Hoofdstuk vier: Over de regelgeving omtrent de menstruatie 25

Hoofdstuk vijf: Over Istihaadha (vaginale bloeding buiten de menstruatie) en de bijbehorende voorschriften. 52

Omstandigheden van doorbraakbloedingen: 54

De situatie van degene die overeenkomsten vertoont met de vrouw die aan doorbraakbloedingen lijdt. 61

De regelgeving omtrent doorbraakbloedingen. 63

Hoofdstuk zes: Over de Nifaas (postnatale bloeding) en haar regels 66

De voorschriften betreffende de nifaas (postnatale bloeding). 68

Hoofdstuk zeven: Over het gebruik van middelen die menstruatie voorkomen of veroorzaken, en die zwangerschap voorkomen of beëindigen. 73

 

***

 

nl130v3.0 - 10/08/2026


Overgeleverd door Al-Boekhari in "het Boek van de Menstruatie", hoofdstuk over dat de menstruerende vrouw alle rituelen verricht behalve de Tawaaf om het Huis, nummer (305) en door Moeslim in "het Boek van de Bedevaart", hoofdstuk over de uitleg van de vormen van ihram, nummer (1211).

Overgeleverd door Al-Boekhari in "het Boek van de Oemra", hoofdstuk over de beloning van de Oemra naar de mate van de inspanning, nummer (1662), en door Moeslim in "het Boek van de Hadj", hoofdstuk over de uitleg van de manieren van Ihraam, nummer (1211).

Verhandeling over de namen waaraan de Wetgever de voorschriften heeft verbonden (bladzijde 35)

De eerdere bron, bladzijde 36.

Vorige bron (p.:38).

Vermeld in Sahih Al-Boekhari: "Boek van het Geloof", Hoofdstuk 'De religie is gemak', nummer (39), vanuit de overlevering van Aboe Hoeraira, moge Allah tevreden met hem zijn.

Overgeleverd door Al-Boekhari in "het Boek van de Deugden", hoofdstuk over de eigenschappen van de Profeet (vrede zij met hem), nummer (3560), en door Moeslim in "het Boek van de Verdiensten", hoofdstuk over zijn afstand van zonden (vrede zij met hem), nummer (77/2327).

Majmoe'e Fatawa (238/19-239).

[Al-Awsat (3/356/2)].

Zie: Al-Moeghni (405/1).

'Het verschil van de islamitische rechtsgeleerden' van Al-Marwazi (p. 193), Al-Awsat (2/239).

Al-Moedawwanah (1/ 155), An-Nawadir wal-Ziyadat (1/ 136).

Al-Oemm (82/1).

Majmoe'e Fatawa (238/19-239).

Al-Moeghni (396/1)

Overgeleverd door Aboe Dawoed: Boek van de Reinheid, hoofdstuk over de vrouw die de bruinachtige en gelige afscheiding ziet na de reiniging, nummer (307).

Overgeleverd door Al-Boekhari: Boek van de Menstruatie, hoofdstuk: De gelige en troebele afscheiding buiten de dagen van de menstruatie, nummer (326).

"Fath al-Baari" (1/ 426).

Sahih Al-Boekhari (1/71).

Al-Boekhari vermeldde het als een commentaar: "Het Boek van de Menstruatie", hoofdstuk over het begin en einde van de menstruatie, vóór hadieth nummer (320).

Al-Oemm (1/ 83-84).

Het werd van hen overgeleverd in het boek al-Inṣaf.

.Al-Asl (19/2-20)

Al-Moeghni (226/1).

Al-Moeghni (257/1).

Overgeleverd door Al-Boekhari in "het Boek van de Gebedstijden", hoofdstuk ''Wie een gebedseenheid van het gebed meemaakt'', nummer (580), en door Moeslim in "het Boek van de Moskeeën en Gebedsplaatsen", hoofdstuk ''Wie een gebedseenheid van het gebed meemaakt, heeft dat gebed meegemaakt'', nummer (607), van de overlevering van Aboe Hoeraira.

Overgeleverd door Al-Boekhari in "Het Boek van de Gebedstijden", hoofdstuk 'Wie een eenheid van het ochtendgebed meemaakt', nummer (579), en door Moeslim in "Het Boek van de Moskeeën en de Plaatsen van het Gebed", hoofdstuk 'Wie een eenheid meemaakt, heeft dat gebed meegemaakt', nummer (608), van de overlevering van Aboe Hoeraira.

Al-Majmoe' Sharh Al-Moehadhdhab (3/70).

Dit is overgeleverd door Al-Boekhari in "Het Boek van de Menstruatie", hoofdstuk De recitatie van de man op de schoot van zijn vrouw terwijl zij menstrueert, nummer (297), en door Moeslim in "Het Boek van de Menstruatie", hoofdstuk Het leunen van de man op de schoot van zijn vrouw terwijl zij menstrueert en het reciteren van de Koran, nummer (301), uit de overlevering van Aicha (moge Allah tevreden met haar zijn).

Dit is overgeleverd door Al-Boekhari: "Boek van de Menstruatie", hoofdstuk over de aanwezigheid van de menstruerende vrouw bij de twee Eid-feesten en de smeekbeden van de moslims, en dat zij zich afzonderen van de gebedsplaats, nummer (324). en Moeslim: "Boek van het Gebed van de twee Eid-feesten", hoofdstuk over de vermelding van de toegestaanheid voor vrouwen om naar de gebedsplaats te gaan tijdens de twee Eid-feesten en de preek bij te wonen, gescheiden van de mannen, nummer (890).

Al-Majmoe' (2/357).

Zie: Sahih Al-Boekhari: Boek van de Menstruatie, hoofdstuk: De menstruerende vrouw verricht alle rituelen behalve de rituele omgang rond de Ka'ba, en Fath Al-Bari (1/407-408).

Fath al-Bari (1/408).

Al-Awsat (2/223).

"Fath al-Baari" (1/ 408).

Al-Majmoe' (2/356).

Al-Boekhari vermeldde het als een commentaar: "het Boek van de Menstruatie", Hoofdstuk: "De menstruerende vrouw verricht alle rituelen, behalve de rondgang om het Huis, vóór de hadieth", nummer (305).

Overgeleverd door At-Tirmidhi: Boek van de Reinheid, Hoofdstuk over dat iemand in een staat van rituele onzuiverheid en een menstruerende vrouw de Koran niet reciteren, (131).

Zie: Al-'Ilal van At-Tirmidhi (p. 69/tartibihi), As-Soenan al-Koebra van Al-Bayhaqi (1/309), Al-Ahkaam Ash-Shar'iyyah van Ibn 'Abd al-Haqq (1/504) en Nasb ar-Raayah van Az-Zayla'i (1/195).

Uit het boek 'De verzameling van fatwa's' (26/191).

Overgeleverd door Al-Boekhari: "Het Boek van de Menstruatie", hoofdstuk ''De menstruerende vrouw haalt het gebed niet in'', nummer (321). en door Moeslim: "Het Boek van de Menstruatie", hoofdstuk 'De verplichting voor de menstruerende vrouw om het vasten in te halen, maar niet het gebed'', nummer (335). En de bewoording is van Moeslim.

Overgeleverd door Al-Boekhari, Boek van de Kennis, hoofdstuk Schaamte in de kennis, hadiethnummer (130). En door Moeslim, Boek van de Menstruatie, hoofdstuk De verplichting van de grote wassing voor de vrouw…, hadiethnummer 313.

Overgeleverd door Al-Boekhari: "Boek van het Vasten", Hoofdstuk over de wassing van de vastende, nummer (1931). en Moeslim: "Boek van het Vasten", Hoofdstuk over de geldigheid van het vasten van degene die de dageraad aanbreekt terwijl hij in een staat van grote onreinheid is, nummer (1109).

Overgeleverd door Al-Boekhari in "Het Boek van de Menstruatie", hoofdstuk: De menstruerende vrouw verricht alle rituelen behalve de Tawaaf rond het Huis, nummer (305), en door Moeslim in "Het Boek van de Bedevaart", hoofdstuk over de uitleg van de vormen van ihram, nummer (1211).

Overgeleverd door Al-Boekhari: "Het Boek van de Hadj", hoofdstuk Tawaaf Al-Wada, nummer (1755). En door Moeslim: "Het Boek van de Hadj", hoofdstuk Verplichting van Tawaaf Al-Wada en het vervallen ervan voor de menstruerende vrouw, nummer (1328).

Overgeleverd door Al-Boekhari: "Het Boek van de Hadj", hoofdstuk over de vrouw die menstrueert na de Tawaaf al-Ifadah, nummer (1757). En door Moeslim: "Het Boek van de Hadj", hoofdstuk Verplichting van Tawaaf Al-Wada, nummer (1211).

Dit is overgeleverd door Al-Boekhari: "Het Boek van de Menstruatie", hoofdstuk over de aanwezigheid van de menstruerende vrouw bij de twee Eids (feesten) en de smeekbede van de moslims, en dat zij zich afzonderen van de gebedsplaats, nummer (324). En door Moeslim: "Het Boek van het Gebed van de Twee Eids (feesten)", hoofdstuk over de toelaatbaarheid voor vrouwen om naar buiten te gaan voor de twee Eids naar de gebedsplaats en de preek bij te wonen, gescheiden van de mannen, nummer (890).

Overgeleverd door Moeslim: Boek van de Menstruatie, Hoofdstuk over de toelaatbaarheid voor de menstruerende vrouw om het hoofd van haar echtgenoot te wassen, nummer (302).

Overgeleverd door Al-Boekhari in "Het Boek van de Menstruatie", hoofdstuk over het intiem zijn met de menstruerende vrouw, nummer (301), en door Moeslim in "Het Boek van de Menstruatie", hoofdstuk over het intiem zijn met de menstruerende vrouw boven de lendedoek, nummer (293).

Overgeleverd door Al-Boekhari in "Het Boek van de Scheiding", nummer (5251), en door Moeslim in "Het Boek van de Scheiding", hoofdstuk over het verbod op het scheiden van de menstruerende vrouw zonder haar toestemming, en dat als hij dit overtreedt de scheiding van kracht is, en hij wordt bevolen haar terug te nemen, nummer (1471), van Ibn 'Oemar, moge Allah tevreden met hen beiden zijn.

Overgeleverd door Al-Boekhari: Boek van de Echtscheiding, hoofdstuk over de Khoel' en de wijze van echtscheiding hierin, nummer (5273), op gezag van Ibn ‘Abbaas -moge Allah tevreden zijn met beiden-.

Overgeleverd door Al-Boekhari: "Het Boek van de Menstruatie", hoofdstuk over het begin en het einde van de menstruatie, nummer (320), en door Moeslim: "Het Boek van de Menstruatie", hoofdstuk over de vrouw met niet-menstruele bloeding, haar wassing en haar gebed, nummer (333), uit de overlevering van Aïcha (moge Allah tevreden met haar zijn).

Overgeleverd door Al-Boekhari: Boek van de Menstruatie, hoofdstuk: De rituele wassing na de menstruatie, met nummer (315), en Moeslim: Boek van de Menstruatie, hoofdstuk: De aanbeveling voor de vrouw die de rituele wassing verricht na de menstruatie om een doek met muskus te gebruiken op de plaats van het bloed, met nummer (332), vanuit de overlevering van Aïcha, moge Allah tevreden met haar zijn.

Overgeleverd door Moeslim: "Het Boek van de Menstruatie", hoofdstuk over het oordeel betreffende de vlechten van de vrouw die de grote wassing verricht, nummer (330), uit de overlevering van Oem Salamah (moge Allah tevreden met haar zijn).

Overgeleverd door Al-Boekhari: "Het Boek van de Rituele Wassing", hoofdstuk over het wassen van bloed, nummer (228), en Moeslim: "Het Boek van de Menstruatie", hoofdstuk over de vrouw met aanhoudende bloeding, haar rituele wassing en haar gebed, nummer (333), van de overlevering van Aïcha (moge Allah tevreden met haar zijn).

Overgeleverd door Ahmed (6/349) en Aboe Dawoed: Het Boek van de Reiniging, hoofdstuk over de uitspraak dat men het gebed nalaat wanneer de menstruatie begint, nummer (287) en At-Tirmidhi: de Hoofdstukken van de Reiniging, hoofdstuk over de vrouw met istihaadah dat zij de twee gebeden samenvoegt met één wassing, nummer (128), van de hadieth van Hamnah bint Djahsh, moge Allah tevreden met haar zijn.

Soenan At-Tirmidhi: Hoofdstukken over de reinheid, hoofdstuk over de vrouw met een niet-menstruele bloeding die de twee gebeden samenvoegt met één enkele volledige rituele reiniging, na hadieth nr. (128).

Sahih Al-Boekhari: Boek van de Menstruatie, Hoofdstuk: De Menstruatie en de aanvaarding van de verklaring van vrouwen over menstruatie en zwangerschap, en wat mogelijk is met betrekking tot de menstruatie, nummer (325), van de hadieth van Aïcha, moge Allah tevreden met haar zijn.

Overgeleverd door Moeslim: Boek van de Menstruatie, hoofdstuk over de vrouw met een niet-menstruele bloeding, haar wassing en haar gebed, nummer (334), uit de hadieth van Aïcha, moge Allah tevreden met haar zijn.

Overgeleverd door Aboe Dawoed: Boek van de Reinheid, Hoofdstuk: Over degene die zegt dat men het gebed nalaat wanneer de menstruatie begint, nummer (286), en An-Nasa'i: Boek van de Reinheid, Hoofdstuk: Wat is overgeleverd over de vrouw met doorbraakbloedingen die de dagen van haar cyclus kende voordat het bloeden aanhield, nummer (211), en Ibn Madjah: Boek van de Reinheid en haar Soenan, Hoofdstuk: Wat is overgeleverd over de vrouw met doorbraakbloedingen die de dagen van haar cyclus kende voordat het bloeden aanhield, nummer (620), en Ibn Hibban in zijn Sahih (1348), en Al-Hakim in zijn Moestadrak (618), uit de overlevering van Aïcha, moge Allah tevreden met haar zijn.

Overgeleverd door Ahmed (6/439), en Aboe Dawoed: in "Het boek van de reiniging", hoofdstuk over wie zei dat wanneer de menstruatie begint, het gebed wordt nagelaten, nummer (287), en At-Tirmidhi: de Hoofdstukken van de Reiniging, hoofdstuk over de vrouw met niet-menstruele bloeding die de gebeden samenvoegt met één wassing, nummer (128), van de hadieth van Hamnah bint Djahsh, moge Allah tevreden met haar zijn.

Soenan At-Tirmidhi: Boek van de Reinheid, hoofdstuk over de vrouw met niet-menstruele bloeding die de twee gebeden samenvoegt met één volledige rituele reiniging, na hadieth nummer (128).

Overgeleverd door Al-Boekhari in "Het Boek van de Rituele Wassing", hoofdstuk over het wassen van bloed, nummer (228), en door Moeslim in "Het Boek van de Menstruatie", hoofdstuk over de mustaḥaḍah, haar wassing en haar gebed, nummer (333), uit de overlevering van Aïcha (moge Allah tevreden met haar zijn).

Overgeleverd door Ahmed (6/204), en Ibn Majah, Boek van de Reinheid en haar Soenan, hoofdstuk over de vrouw met istihada die haar menstruatiedagen had geteld voordat het bloedverlies aanhield, nummer (624), van de overlevering van Aïcha, moge Allah tevreden met haar zijn.

Al-Moeghni (252/1-253).

Kashaaf al-Qinaa' (219/1)

Al-Moeghni (253/1).

Al-Moeghni (253/1).

Al-Moeghni (2/252), en de overlevering van Oethman ibn Abi al-Aas is overgeleverd door Abdoer-Razzaq in Al-Moesannaf (1202), Ibn Abi Shaybah in Al-Moesannaf (17450), Ad-Darimi in As-Soenan (990), en Ibn Ad-Djaroed in Al-Moentaqa (118).

Overgeleverd door Al-Boekhari: Boek van het Huwelijk, Hoofdstuk over Coïtus Interruptus, nummer (5209), en Moeslim: Boek van het Huwelijk, Hoofdstuk over het Oordeel betreffende Coïtus Interruptus, nummer (1440), vanuit de overlevering van Jaabir, moge Allah tevreden met hem zijn.

[Al-Insaaf: 72, 556/2].

De regels met betrekking tot een vrouw die onzeker is over haar menstruatie, volgens Ad-DarimI (p. 17).