كَيْفِيَّةُ صَلَاةِ النَّبِيِّ صَلَّى اللَّهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ
De gebedswijze van de Profeet
Moge de vrede en zegeningen van Allah met Hem zijn
لِفَضِيلَةِ الشَّيْخِ العَلَّامَةِ
عَبْدِ العَزِيزِ بْنِ عَبْدِ اللَّهِ بْنِ بَازٍ
غَفَرَ اللَّهُ لَهُ وَلِوَالِدَيْهِ وَلِلْمُسْلِمِينَ
De eminente Sheikh
Abdoelaziz bin Abdoellah bin Baz
بِسْمِ اللَّهِ الرَّحْمَنِ الرَّحِيمِ
De gebedswijze van de Profeet
Moge de vrede en zegeningen van Allah met Hem zijn
In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle
Lof zij aan Allah, alleen, en vrede en zegeningen zij met Zijn dienaar en boodschapper, onze profeet Mohammad, en zijn familie en metgezellen. Wat volgt:
Dit zijn beknopte woorden ter uiteenzetting van de gebedswijze van de Profeet (vrede zij met hem), die ik wens voor te leggen aan iedere moslim en moslima, opdat eenieder die er kennis van neemt zich zal inspannen om hem daarin na te volgen; in navolging van zijn uitspraak (vrede zij met hem):
(صَلُّوا كَمَا رَأَيْتُمُونِي أُصَلِّي).
(Bid zoals jullie mij hebben zien bidden)1 Aan de lezer volgt hier de uiteenzetting daarvan:
1- Hij maakt de wassing volledig, wat betekent dat hij woedoe verricht zoals Allah hem heeft bevolen, in overeenstemming met Zijn verheven uitspraak:
{يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا إِذَا قُمْتُمْ إِلَى الصَّلَاةِ فَاغْسِلُوا وُجُوهَكُمْ وَأَيْدِيَكُمْ إِلَى الْمَرَافِقِ وَامْسَحُوا بِرُءُوسِكُمْ وَأَرْجُلَكُمْ إِلَى الْكَعْبَيْنِ}
{O jullie die geloven! Als jullie willen overgaan tot het gebed, was (dan eerst) jullie gezichten en jullie handen (en onderarmen) inclusief de ellebogen, wrijf (met natte handen) over jullie hoofden en (was) jullie voeten, inclusief de enkels}2 Vers.
En de profeet (vrede zij met hem) zei:
(لَا تُقْبَلُ صَلَاةٌ بغيرِ طُهُورٍ).
(Een gebed wordt niet geaccepteerd zonder reinheid)3.
En zijn (vrede zij met hem) uitspraak tot degene die zijn gebed gebrekkig verrichtte:
(إِذَا قُمْتَ إِلَى الصَّلَاةِ فَأَسْبِغِ الوُضُوءَ).
(Wanneer je opstaat voor het gebed, verricht dan de wassing grondig)4
2. De biddende wendt zich met heel zijn lichaam naar de qibla – dat wil zeggen: de Ka‘ba – ongeacht waar hij zich bevindt. In zijn hart koestert hij de oprechte intentie om het gebed te verrichten dat hij voornemens is – hetzij een verplicht gebed, hetzij een vrijwillig gebed. Hij spreekt die intentie echter niet met zijn tong uit, aangezien het uitspreken ervan niet wettelijk voorgeschreven is, maar integendeel als een innovatie (bid‘a) wordt beschouwd. De Profeet Mohammed (vrede zij met hem) heeft de intentie immers niet uitgesproken, noch hebben zijn metgezellen (Mag Allah tevreden zijn met hen) dat gedaan. Indien hij als imam of alleenstaand bidt, plaatst hij vóór zich een afscherming (sutra), waarnaar hij zich in zijn gebed richt. Het richten tot de qibla geldt als een voorwaarde voor het gebed, behalve in enkele bekende uitzonderingsgevallen die uitvoerig worden toegelicht in de werken der geleerden.
3- Hij zegt de Takbiratoel Ihram: "Allahoe Akbar", terwijl hij naar de plaats van zijn neerknieling kijkt.
4- Hij heft zijn handen op tot aan de hoogte van zijn schouders of ter hoogte van zijn oren tijdens de takbier.
5. Hij plaatst zijn handen op zijn borst, waarbij de rechterhand rust op de linkerhand, de pols en de onderarm — conform de overgeleverde praktijk van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem), die dit zo verrichtte.
6. Het is aanbevolen om de openingssmeekbede (duʿāʾ al-istiftāḥ) te reciteren, namelijk:
(اللَّهُمَّ بَاعِدْ بَيْنِي وبيْنَ خَطَايَايَ، كَمَا بَاعَدْتَ بيْنَ المَشْرِقِ والمَغْرِبِ، اللَّهُمَّ نَقِّنِي مِنَ الخَطَايَا كَمَا يُنَقَّى الثَّوْبُ الأبْيَضُ مِنَ الدَّنَسِ، اللَّهُمَّ اغْسِلْ خَطَايَايَ بالمَاءِ والثَّلْجِ والبَرَدِ).
(O Allah, verwijder het onderscheid tussen mij en mijn zonden, zoals Gij het verschil plaatst tussen oost en west. O Allah, reinig mij van mijn zonden zoals men een wit kleed reinigt van vuil. O Allah, was mijn zonden met water, sneeuw en hagel)5 Of hij wil, zegt hij in plaats daarvan:
(سُبْحَانَكَ اللَّهُمَّ وبِحَمْدِكَ، وَتَبَارَكَ اسْمُكَ، وَتَعَالَى جَدُّكَ، ولَا إلَهَ غَيْرُكَ).
(Heilig zijt Gij, o Allah, en lof zij U; gezegend is Uw Naam, verheven is Uw Majesteit, en er is geen god dan Gij)6. "Subhanaka Allahumma wa bihamdika, wa tabarakasmuka, wa ta'ala jadduka, wa la ilaha ghayruka. En indien hij een van de andere aanvangsformules gebruikt die authentiek van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) zijn overgeleverd, is dat ook geoorloofd; doch het verdient de voorkeur dit ene gebed af te wisselen met een ander, daar deze variatie de navolging vollediger maakt. Daarna spreekt men: ‘Ik zoek toevlucht bij Allah tegen de vervloekte Satan’, gevolgd door: ‘In de naam van Allah, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle’, en reciteert men soera Al-Fatiha, overeenkomstig het gezegde:
(لَا صَلَاةَ لِمَن لَمْ يَقْرَأْ بفَاتِحَةِ الكِتَابِ).
(Er is geen gebed voor degene die niet Al-Fatiha reciteert)7 En hij/zij zegt daarna - Ameen - hardop in de gebeden die hardop worden gereciteerd, en stil in de stille gebeden. Vervolgens reciteert hij/zij wat hem/haar mogelijk is van de Koran. Het beste is om na Al-Fatiha in de middag-, namiddag- en avondgebeden uit de middelste delen van de Moe'fassal te reciteren, in het ochtendgebed uit de lange delen, en in het avondgebed soms uit de lange delen en soms uit de korte delen, in overeenstemming met de overgeleverde hadiths hierover.
7- Hij buigt zich, uitroepend “Allahu akbar”, terwijl hij zijn handen opheft tot naast zijn slapen of oren. Zijn hoofd houdt hij in lijn met zijn rug, terwijl hij zijn handen op zijn knieën plaatst, met gespreide vingers. Hij blijft in zijn buiging volharden en zegt: „Heilig is mijn Grote Heer.” Het verdient aanbeveling dit driemaal of vaker te herhalen, en het wordt geacht wenselijk te zijn daarbij tevens uit te spreken:
(سُبْحَانَكَ اللهم وَبِحَمْدِكَ، اللهم اغْفِرْ لِي).
(Geprezen zij U, O Allah, en met Uw lof. O Allah, vergeef mij.)8.
8- Hij richt zijn hoofd op uit de roekoe', terwijl hij zijn handen opheft tot naast zijn slapen of oren, en zegt: Sami'a Allahoe liman hamidah" (Allah hoort degene die Hem prijst) Als hij een imam of een individuele bidder is, zegt hij terwijl hij staat:
(رَبَّنَا ولَكَ الحَمْدُ حَمْدًا كَثِيرًا طَيِّبًا مُبَارَكًا فِيهِ مِلْءَ السَّمَواتِ ومِلْءَ الأرضِ، ومِلْءَ ما شِئتَ مِن شيءٍ بَعدُ).
Rabbana wa lakal hamd, hamdan kathiran tayyiban mubarakan fihi mil'a as-samawati wa mil'a al-ardh, wa mil'a ma shi'ta min shay'in ba'd" (Onze Heer, U komt alle lof toe — een overvloedige, zuivere en gezegende lof, vervuld in de hemelen en op aarde, en in alles wat U verder maar wilt)9. Indien hij echter een volgeling in het gebed is, zegt hij bij het opheffen: "Rabbana wa laka al-hamd" tot het einde van wat eerder is vermeld. En als elk van hen - ik bedoel de imam, de volgeling en de individuele biddende persoon - toevoegt.
(أَهْلَ الثَّنَاءِ والْمجْدِ، أَحَقُّ ما قالَ العَبْدُ، وكُلُّنَا لكَ عَبْدٌ: اللَّهُمَّ لا مَانِعَ لِما أعْطَيْتَ، ولَا مُعْطِيَ لِما مَنَعْتَ، ولَا يَنْفَعُ ذَا الجَدِّ مِنْكَ الجَدُّ).
(O mensen van lof en glorie, het meest rechtvaardige wat de dienaar kan zeggen, en wij zijn allen Uw dienaren: O Allah, niets kan tegenhouden wat U geeft en niets kan geven wat U tegenhoudt. Het succes komt niet van iemand anders dan U )10. En het is goed, aangezien dit van hem is overgeleverd.
Het verdient aanbeveling dat ieder van hen — ik doel op de imam, de medebidder en de alleenstaande — zijn handen op de borst legt, zoals hij deed bij het rechtopstaan vóór het bukken, daar dit gesteund wordt door authentieke overleveringen van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem), zoals vermeld in de overleveringen van Wael ibn Hujr en Sahl ibn Sa‘d, moge Allah tevreden met hen zijn.
9- Hij gaat met het uitspreken van de lofverheffing (takbīr) in de nederige knielende houding, waarbij hij, indien mogelijk, eerst zijn knieën neerzet vóór zijn handen; indien hem dit moeilijkvalt, plaatst hij eerst zijn handen vóór zijn knieën, terwijl hij met de tenen naar de qibla wijst en zijn vingers samenvoegt, gespreid en gestrekt. Zijn zeven steunpunten zijn dan de voorkant van het voorhoofd met de neus, de handen, de knieën en de voetzolen. Daarbij zegt hij: ‘Subḥāna Rabbī al-A‘lā’ (Glorie zij mijn Verhevene Heer). Het verdient aanbeveling deze lofuitspraak driemaal of meer te herhalen, en het is aanbevolen dit te vergezellen van de volgende smeekbede:
(سُبْحانَكَ اللَّهُمَّ رَبَّنا وبِحَمْدِكَ، اللَّهُمَّ اغْفِرْ لِي).
(U bent geprezen. O Allah onze Heer, wij prijzen U met Jouw lofuiting. O Allah, vergeef mij)، En veelvuldig smeekbede doen volgens het woord van de Profeet (vrede zij met hem).
(أَمَّا الرُّكُوعُ فَعَظِّمُوا فِيهِ الرَّبَّ، وَأَمَّا السُّجُودُ فَاجْتَهِدُوا فِي الدُّعَاءِ فَقَمِنٌ أَنْ يُسْتَجَابَ لَكُمْ).
(Wat betreft de buiging, verheerlijk daarin de Heer. En wat betreft de neerknieling, doe daarbij je best in het doen van smeekbeden, want het is zeer waarschijnlijk dat jullie verhoord zullen worden)11
En hij vraagt zijn Heer om het goede van zowel dit wereldse leven als het hiernamaals, Of het nu een verplichte (fard) of vrijwillige (nafl) gebed betreft, hij houdt zijn bovenarmen gescheiden van zijn zijden, zijn buik van zijn dijen en zijn dijen van zijn onderbenen, terwijl hij zijn armen van de grond heft, in navolging van de woorden van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem):
(اعْتَدِلُوا في السُّجُودِ، ولَا يَبْسُطْ أَحَدُكُمْ ذِرَاعَيْهِ انْبِسَاطَ الكَلْبِ).
(Wees recht in de neerknieling en laat niemand van jullie zijn armen uitstrekken zoals een hond)12
10- Hij heft zijn hoofd op terwijl hij 'Allahoe Akbar' zegt, spreidt zijn linker voet en gaat erop zitten, plaatst zijn rechterbeen rechtop en legt zijn handen op zijn dijen en knieën, en zegt:
(ربِّ اغفِرْ لي وارحَمْنِي واهْدِني وارْزُقُني وَعَافِنِي وَاجْبُرْنِي).
(Heer, vergeef mij, ontferm U over mij, leid mij, schenk mij voorziening, verleen mij welzijn en herstel mij)13 Rabbi ighfir li, warhamni, wah'dini, warzoeqni, wa'aafini, wajboerni In deze zittende positie vindt hij rust.
11- Hij verricht de tweede neerknieling, verkondigend 'Allahoe Akbar', en handelt daarin zoals hij deed in de eerste neerknieling.
12- Hij heft zijn hoofd op terwijl hij het lofprijst, neemt een lichte zithouding aan gelijk aan die tussen de twee neerwerpen, welke bekendstaat als de rustzit — deze wordt aanbevolen, doch indien men haar nalaat, is er geen verwijt; in deze zit geen smeekbede of gedenken plaats. Vervolgens staat hij op en gaat overeind naar de tweede eenheid, steunend op zijn knieën indien hem dat mogelijk is, zo niet, leunt hij op de grond. Daarna reciteert hij de Fatiha en wat hem van de Koran na de Fatiha gegeven is, waarna hij handelt zoals in de eerste eenheid.
13- Indien het gebed uit twee eenheden bestaat — zoals bij het ochtendgebed (Fadjr), het vrijdaggebed (Djoem’a) en de twee feestgebeden (‘Idayn) — neemt men na het opheffen uit de tweede soejoed plaats door het rechterbeen rechtop te zetten en het linkerbeen uitgestrekt te leggen, waarbij de rechterhand op het rechterdij wordt gelegd. De vingers worden samengevouwen, met uitzondering van de wijsvinger, die men ten teken van de eenheid (tawhied) strekt. Indien men daarbij de pink en de ringvinger van de rechterhand sluit, de duim met de middelvinger samenbrengt en met de wijsvinger wijst, is dat eveneens voortreffelijk, aangezien beide wijzen op een authentieke beschrijving van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem). Het verdient aanbeveling dit gebaar afwisselend zo en zo te verrichten. De linkerhand wordt op het linkerbeen en de knie gelegd. Vervolgens reciteert men in deze zithouding het tashahhud, te weten:
(التَّحِيَّاتُ للهِ وَالصَّلَوَاتُ والطَّيِّبَاتُ، السَّلَامُ عَلَيْكَ أيُّهَا النَّبِيُّ وَرَحْمَةُ اللهِ وبَرَكَاتُهُ، السَّلَامُ عَلَيْنَا وَعَلَى عِبَادِ الله الصَّالِحِينَ، أَشْهَدُ أنْ لَا إلَهَ إلَّا الله وأَشْهَدُ أنَّ مُحَمَّدًا عَبْدُهُ ورَسولُهُ).
(Alle groeten, gebeden en goede zaken zijn voor Allah. Vrede zij met jou, o profeet, en de genade van Allah en zijn zegeningen. Vrede zij met ons en met de rechtschapen dienaren van Allah. Ik getuig dat er geen God is dan Allah, en ik getuig dat Mohammed Zijn dienaar en boodschapper is). En dan zegt hij:
(اللَّهُمَّ صَلِّ علَى مُحَمَّدٍ وَعَلَى آلِ مُحَمَّدٍ، كَمَا صَلَّيْتَ عَلَى إبْرَاهِيمَ وَعَلَى آلِ إبْرَاهِيمَ؛ إنَّكَ حَمِيدٌ مَجِيدٌ، وَبَارِكْ علَى مُحَمَّدٍ وَعَلَى آلِ مُحَمَّدٍ، كما بَارَكْتَ علَى إبْرَاهِيمَ وعلَى آلِ إبْرَاهِيمَ؛ إنَّكَ حَمِيدٌ مَجِيدٌ).
(O Allah, zend Uw zegeningen op Mohammed en op de familie van Mohammed, zoals U Uw zegeningen heeft gezonden op Ibrahim en op de familie van Ibrahim. Voorwaar, U bent de Geprezene, de Glorieuze. O Allah, zegen Mohammed en de familie van Mohammed, zoals U Ibrahim en de familie van Ibrahim heeft gezegend. Voorwaar, U bent de Geprezene, de Glorieuze)14 En hij zoekt toevlucht bij Allah tegen vier zaken, zeggende:
(اللَّهُمَّ إنِّي أَعُوذُ بِكَ مِن عَذَابِ جَهَنَّمَ، وَمِنْ عَذَابِ القَبْرِ، وَمِنْ فِتْنَةِ المَحْيَا وَالْمَمَاتِ، وَمِنْ شَرِّ فِتْنَةِ المَسِيحِ الدَّجَّالِ).
(O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen de bestraffing van de Hel, tegen de bestraffing van het graf, tegen de beproevingen van het leven en de dood, en tegen het kwaad van de beproeving van de valse Messias (de Antichrist)) )15 Daarna spreekt hij de smeekbeden uit die hij wenst, betreffende het goede van zowel het wereldse als het hiernamaals. Indien hij daarin ook bidt voor zijn ouders of voor andere moslims, dan is dat geenszins bezwaarlijk — ongeacht of het gebed verplicht of vrijwillig is — gelet op de algemene strekking van de uitspraak van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) in de overlevering van Ibn Mas’oed (moge Allah tevreden met hem zijn), toen hij hem het tashahhoed onderwees:
(ثُمَّ لِيَتَخَيَّرَ مِنَ الدُّعَاءِ أَعْجَبَهُ إِلَيهِ، فَيَدْعُو).
(Vervolgens kiest hij de smeekbede die hem het meest aanspreekt, en bidt )16. En in een andere formulering:
(ثُمَّ لْيَخْتَرْ مِنَ المَسْأَلَةِ مَا شَاءَ).
(Vervolgens late hij kiezen uit de smeekbeden wat hij maar wenst)17.
En dit omvat alles wat de dienaar in deze wereld en het hiernamaals inspireert. Vervolgens groet hij naar rechts en links, zeggende: "As-salamoe 'alaykoem wa rahmatoellahi" (Vrede zij met jullie en de genade van Allah), "As-salamoe 'alaykoem wa rahmatoellahi" (Vrede zij met jullie en de genade van Allah).
14. Indien het gebed driemaal wordt verricht – zoals bij het avondgebed (al-Maghrib) – of viermaal – zoals bij het middag-, namiddag- en nachtgebed (Ad- Doehr, al-‘Asr en al-‘Ishaa’) –, dan reciteert men de eerder vermelde tashahhoed, samen met de zegeningen over de Profeet (vrede zij met hem). Vervolgens staat men op, steunt daarbij op zijn knieën, heft zijn handen op ter hoogte van zijn schouders of oren en zegt: Allahoe Akbar – “Allah is de Grootste” –, waarna men zijn handen op zijn borst plaatst, zoals eerder toegelicht, en uitsluitend Soerat Al-Faatiha reciteert.
Indien men in de derde en vierde rak‘ah van Ad- Doehrgebed soms méér reciteert dan enkel al-Faatiha, dan is daar niets op tegen, aangezien er een overlevering van Aboe Sa‘ied (moge Allah tevreden met hem zijn) is die daarop wijst.
En indien men na de eerste tashahhoed nalaat zegeningen over de Profeet (vrede zij met hem) te reciteren, dan is dat geen bezwaar; het is immers een aanbevolen, geen verplichte handeling in de eerste tashahhoed.
Daarna verricht men de tashahhoed na de derde rak‘ah van het 'Asrgebed en na de vierde rak‘ah van het Ad- Doehr, al-‘Asr en al-‘Ishaagebed, zoals eerder beschreven bij het gebed van twee rak‘aat.
Vervolgens eindigt men het gebed door naar rechts en naar links de vredesgroet te geven (as-salaamoe ‘alaykoem wa rahmat-oellaah), waarna men driemaal Allah om vergeving vraagt, en vervolgens zegt:
(اللَّهُمَّ أَنْتَ السَّلَامُ وَمِنْكَ السَّلَامُ، تَبَارَكْتَ يا ذَا الجَلَالِ وَالإِكْرَامِ).
O Allah, U bent de Bron van vrede en vrede komt van U. Gezegend bent U, O Bezitter van Majesteit en Eer.18 Voordat hij zich tot de mensen wendt als hij een imam is, zegt hij vervolgens:
(لَا إلَهَ إلَّا اللهُ وَحْدَهُ لَا شَرِيكَ لَهُ، لَهُ المُلْكُ، وَلَهُ الحَمْدُ، وَهُوَ عَلَى كُلِّ شَيءٍ قَدِيرٌ ، لَا حَوْلَ وَلَا قُوَّةَ إلَّا بالله، اللَّهُمَّ لَا مَانِعَ لِما أعْطَيْتَ، ولَا مُعْطِيَ لِما مَنَعْتَ، ولَا يَنْفَعُ ذَا الجَدِّ مِنْكَ الجَدُّ، لَا إلَهَ إلَّا الله، وَلَا نَعْبُدُ إلَّا إيَّاهُ، له النِّعْمَةُ وَلَهُ الفَضْلُ، وَلَهُ الثَّنَاءُ الحَسَنُ، لَا إلَهَ إلَّا الله مُخْلِصِينَ له الدِّينَ ولو كَرِهَ الكَافِرُونَ).
La ilaha illa Allah, wahdahoe la sjarika lah, lahoel-moelkoe wa lahoe l'hamd, wa Hoewa 'ala koelli sjay'in qadir, la hawla wa la qoewwata illa billah. Allahumma la mani'a lima a'tayt, wa la mu'tiya lima mana't, wa la yanfa'u dha al-jaddi minka al-jadd. La ilaha illa Allah, wa la na'budu illa iyyah, lahun-ni'amatu wa lahul-fadlu wa lahuth-thana'ul-hasan, la ilaha illa Allah mukhlisina lahu ad-dina walaw karihal-kafirun.
Er is geen god behalve Allah, de Ene, zonder deelgenoot; aan Hem behoort het koninkrijk, en Hem komt alle lof toe; en Hij is tot alle dingen bij machte.
(Er is geen kracht, noch macht dan door Allah. O Allah, niemand kan tegenhouden wat Gij schenkt, en niemand kan schenken wat Gij onthoudt; en geen enkele bezitter van aanzien wordt door zijn aanzien iets gewaar tegen U. Er is geen god behalve Allah. En wij aanbidden niemand behalve Hem. Hem komt de gunst toe, Hem behoort de overvloedige goedheid, en Hem komt de hoogste lof toe)19.
Er is geen god dan Allah, terwijl wij Hem zuiver in onze aanbidding toebehoren, ook al mishagen (deze woorden) de ongelovigen. En hij looft Allah drieëndertig keer, dankt Hem evenveel, en verheerlijkt Hem evenveel, en zegt ter voltooiing van de honderd: 'Er is geen god dan Allah, Hij is alleen, zonder deelgenoten. Aan Hem behoort de heerschappij en alle lof, en Hij is almachtig over alles'. Hij leest Ayat al-Kursi, en 'Qul Huwa Allahu Ahad', en 'Qul A'udhu bi-Rabbil-Falaq', en 'Qul A'udhu bi-Rabbin-Naas' na elk gebed, en het is aanbevolen om deze drie soera's drie keer te herhalen na het Fajr- en Maghrib-gebed; vanwege de overleveringen hierover van de profeet (vrede zij met hem). Al deze smeekbeden zijn soenna en geen verplichting.
Voor iedere moslim en moslima is het voorgeschreven om vóór het Doehrgebed vier gebedseenheden te verrichten, en erna twee; na het Asrgebed twee, na het Ischagebed eveneens twee, en vóór het Fajrgebed twee gebedseenheden — tezamen twaalf rakʿaat.
Deze gebeden staan bekend als de rāwātib (de vaste soennan-gebeden), omdat de Profeet (vrede zij met hem) ze stelselmatig onderhield tijdens zijn verblijf in niet-reizende toestand. Wat betreft het reizen, placht hij de vrijwillige gebeden achterwege te laten, behalve de Soenna van Fajr en Witr, want hij (vrede en zegeningen zij met hem) was hier altijd trouw aan, zowel thuis als op reis. Het is beter om deze aanvullende gebeden en Witr thuis te verrichten, maar als men ze in de moskee bidt, is dat geen probleem; zoals de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) heeft gezegd.
(أَفْضَلُ صَلَاةِ المَرْءِ في بَيْتِهِ، إلَّا الصَّلَاةَ المَكْتُوبَةَ).
Het beste gebed van een individu is thuis, behalve het verplichte gebed.20 Het zorgvuldig onderhouden van deze gebedseenheden behoort tot de middelen die leiden tot het binnengaan van het Paradijs, overeenkomstig de woorden van de Profeet (vrede zij met hem).
(مَن صَلَّى اثْنَتَيْ عَشْرَةَ رَكْعَةً في يَومٍ وَلَيْلَةٍ، بُنِيَ له بِهِنَّ بَيْتٌ في الجَنَّةِ).
(Wie twaalf gebedseenheden bidt in een dag en nacht, voor hem zal een huis in het Paradijs worden gebouwd)21 En als men vier gebedseenheden vóór het Asr-gebed, twee gebedseenheden vóór het Maghrib-gebed, en twee gebedseenheden vóór het Isha-gebed verricht, is dat goed; want het is overgeleverd van de Profeet (vrede zij met hem) dat dit wordt aangemoedigd. En als men vier gebedseenheden na het Doehr-gebed en vier ervoor verricht, is dat goed; vanwege zijn uitspraak (vrede en zegeningen zij met hem):
(مَنْ حَافَظَ عَلَى أَرْبَعَ رَكَعَاتٍ قَبْلَ الظُّهْرِ وَأَرْبَعٍ بَعْدَهَا حَرَّمَهُ اللهُ تَعَالَى عَلَى النَّارِ).
(Wie vier gebedseenheden vóór het Doehr-gebed en vier gebedseenheden daarna onderhouden, zal door Allah de Verhevene voor de vlammen van het vuur worden beschermd)22 En de betekenis is dat hij twee extra gebedseenheden toevoegt aan de vastgestelde aanbevolen gebeden na het Doehr-gebed; want de vastgestelde aanbevolen gebeden zijn vier ervoor en twee erna. Als hij er twee aan toevoegt, wordt bereikt wat in de overlevering van Oem Habiba (moge Allah tevreden met haar zijn) is vermeld. En Allah is de Leider naar succes. Moge Allah Zijn zegeningen en vrede schenken aan onze Profeet Mohammed, zoon van Abdoellah, zijn familie, metgezellen en volgelingen, in de hoogste volmaaktheid tot de Dag des Oordeels.
***
nl395v2.0 - 04/08/2026
Soera Al-Ma'idah vers 6
Overgeleverd door Moeslim, nummer (224).
Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (5782).
Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (744), en Moeslim, nummer (598).
Overgeleverd door Moeslim, nummer (399).
Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (756).
Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (817), en Moeslim, nummer (484).
Overgeleverd door Moeslim, nummer (477).
Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (711), en Moeslim, nummer (598).
Overgeleverd door Moeslim, nummer (479).
Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (788), en Moeslim, nummer (493).
Overgeleverd door At-Tirmidzi, nummer (284), Aboe Dawoed, nummer (850), en Ibn Madjah, nummer (898).
Overgeleverd door Al-Boekhari (797) en Moeslim (402).
Overgeleverd door Al-Boekhari (1311) en Moeslim (588).
Overgeleverd door An-Nasa'i, nummer (1298).
Overgeleverd door Moeslim, nummer (402).
(Overgeleverd door Moeslim, nummer 591)
Overgeleverd door Moeslim, nummer (402)
Overgeleverd door Moeslim, nummer (728).
Overgeleverd door Al-Boekhari, nummer (6860).
Overgeleverd door Ahmed, onder nummer (25547), At-Tirmidzi, onder nummer (393), en Aboe Dawoed, onder nummer (1077).
Overgeleverd door Al-Boekhari, met nummer (605).